Als je hond verlatingsangst heeft

Leven met een hond met verlatingsangst

Hoe erg kan het nou eenmaal zijn, een hond met verlatingsangst? Het antwoord is helaas: behoorlijk erg.

Hond blaft als hij alleen is.

Je gaat nooit meer met een gerust hart naar buiten waardoor je je steeds meer als gevangene in eigen huis gaat voelen. Even gezellig met zijn allen naar het restaurant om een nieuwe baan te vieren? Nope. Spontaans een drankje met een vriendin doen? Nope. Even boodschappen doen? Nope, nope, en helaas nog een keertje nope.

Thomas

Laat je de hond toch aan zijn lot? Dan kom je soms thuis naar een slagveld van vernieling en ongelukjes en misschien ook een klacht van je buur die de hond ‘weer aan een stuk door heeft horen blaffen’.

Als hondengedragstherapeut weet ik één ding zeker: als ik zelf een nieuwe hond in huis neem is dit mijn eerste gedachte altijd: “Laat hem alsjeblief geen verlatingsprobleem hebben.”

Thomas

Is het daadwerkelijk ‘verlatingsangst’?

Hond plast binnenVerlatingsangst wordt officieel Separation-Related Behaviour (SRB) genoemd. Om officieel te voldoen aan de diagnose van SRB hoort je hond op zijn minst één van deze symptomen te hebben:

  1. Overmatig uitgelaten bij je terugkomst, zelfs na korte vertrekken
  2. Intens, herhaaldelijk en langdurig naar de voordeur staren
  3. Onrust bij (zelfs voortekenen van) afscheid: bijv. ijsberen, in de weg staan, piepen, en/of je constant in de gaten houden
  4. Niet willen/kunnen eten of drinken bij alleen-zijn
  5. Je dwangmatig achtervolgen wanneer je rondloopt in het huis
  6. Huilen, piepen of blaffen bij alleen-zijn
  7. Vernieling
  8. In huis urineren/poepen

Deze symptomen kunnen ontstaan met één of alle familieleden (bijv. de hond vindt het prima als je man de kamer verlaat, maar wordt hysterisch als jij dat doet). Het kan ook ontstaan als je thuis in een andere kamer bent.

De symptomen in het groen kunnen langdurig aanwezig zijn vóórdat de eigenaar het doorheeft. Vaak wordt er hier alsnog niets mee gedaan omdat het geen last veroorzaakt. Talloze honden lijden dus stilletjes aan verlatingsangst.

Hoe lang kan de gemiddelde hond alleen thuis blijven?

Dit hangt van de individuele hond af maar een goede vuistregel is vier achtereenvolgende uren 2-3 dagen per week. Als je hond dit niet kan hebben, is je leven al behoorlijk aangetast.

Sommige honden behalen dit nooit, terwijl andere honden het prima lijken te vinden om tien uur alleen thuis te blijven. Het zou exacter zijn om het ‘verdragen’, in plaats van ‘prima vinden’, te benoemen. De kans is groot dat ze hun dagen in stille verveling doorbrengen.

Als je het gemiddelde van maximaal vier uur een paar keer per week niet waar kan maken, is het kans hoog dat het welzijn van je hond toch structureel aangetast is. Leven met een alleenstaande die voltijd op kantoor werkt en geen opvangoplossing voor de hond kan regelen is helaas geen ideale situatie.

Wat veroorzaakt verlatingsangst (SRB)?

Het wordt in gang gezet door heftige (soms afwisselende) emoties en invloeden: zo ontstaat het soms – maar niet altijd – door overbinding met de eigenaar.

Bij sommige honden speelt verveling de hoofdrol en bij anderen zit er nog een fobie achter (bijv. er werd ooit ingebroken of de hond is een keer van een knal geschrokken). Sommige honden hebben zelfs ‘verlatingsfun’: ze vinden het daadwerkelijk leuk om te vernielen.

Kapotte afstandsbediening

Risico factoren voor verlatingsangst

Recent geadopteerde asielhonden, honden van eigenaren die na lange tijd thuis zijn geweest (bijv. zwangerschapsverlof) plots hele dagen weer weg blijven en pups die te vroeg van hun moeder werden gehaald lopen een verhoogd risico tot verlatingsangst.

Bovendien zijn sommige genetisch vatbaar voor verlatingsangst: denk hierbij aan gezelschapsrassen of rassen die oorspronkelijk in meutes werkten.

Om verlatingsproblemen rechtstreeks aan stoutheid of overbinding te verbinden is dus kortzichtig. Deze factoren kunnen zeker een rol spelen, maar er zijn veel andere mogelijkheden.

Preventie

Als gedragstherapeut vermoed ik helaas dat een behoorlijke portie van Nederlandse honden ongediagnosticeerd aan verlatingsangst lijden.

Het is dus van uiterst belang om preventief te werk te gaan, juist bij honden die geen diagnose hebben. De volgende preventie stappen kunnen je hond helpen om bestendiger te raken tegen korte periodes van isolatie:

  1. Laat pups en recent geadopteerde honden geleidelijk – niet abrupt – aan sociale isolatie wennen. Film hen in het begin.
  2. Begroet je hond niet uitbundig wanneer je terug naar huis komt. Even gedag zeggen en een aaitje, dan je eigen ding doen tot de hond van zijn uitgelatenheid bij is gekomen. Dan mag je hem pas uitbundig begroeten.
  3. Laat vóór periodes van isolatie de hond eerst uitgebreid uit.
  4. Laat iets achter om hem bezig te houden: denk aan voedselpuzzels (let op dat dit veilig is en dat de hond niet gefrustreerd raakt). Voor veel opties over cognitieve voeding, zie bijvoorbeeld de Doggo artikelen over hondenpuzzels, creatief voeren en de Kong.
  5. Zeg iedere keer hetzelfde woord (bijv. “Adiós”) vóór je weggaat en bestrooi vervolgens brokjes op de grond zo de hond ze kan ‘grazen’.
  6. Beloon je hond met brokjes of een lief woordje wanneer hij thuis iets zelfstandigs onderneemt.

Goedbedoeld advies…

Veel mensen kloppen pas bij me aan nadat ze eerst zelf van alles geprobeerd hebben met de tips van de buurman-die-al-25-jaren-honden-heeft en van ‘het internet’. Helaas werkt dat vaak averechts.

Let dus goed op dat je goedbedoeld advies zoals hieronder beter vermijdt!

  1. De hond zich laten ‘uithuilen’ om hem te laten wennen. Dit maakt de hond vaak alleen maar gevoeliger. Zie het artikel over de 4 zones van sensitisatie.
  2. Anti-blafband (ook met citronella): Dit is op zijn best symptomenbestrijding en op zijn ergst diermishandeling.
  3. Weggaan en terugkomen snel afwisselen: Dit maakt de hond alleen maar alerter voor voortekenen van je vertrek.
  4. Je hond volkomen negeren na terugkomst: Dit kan komt als hard over voor je hond, wat hem nog meer overstuur kan maken de volgende keer dat hij alleen thuis is.
  5. Je hond de hele tijd negeren wanneer je thuis bent: Je hebt een hond voor de gezelligheid, hé. Als hij ook als je thuis bent sociaal geïsoleerd blijft heeft hij straks bijna geen contact meer met je.
  6. De bench als gouden middel: De bench lost niks op, behalve misschien dat de vernielingsschade er (soms) ietjes minder van wordt. Sommige honden hebben zelfs alleen maar last van verlatingsangst als ze in de bench zijn en in sommige gevallen kunnen honden zich in de bench ernstig verwonden.
  7. De Kong als gouden middel: Een voedselspeeltje zal een volontwikkeld verlatingsprobleem niet oplossen. De Kong kan wel ingezet worden als deel van de oplossing maar dit kan beter onder professionele begeleiding om te voorkomen dat de hond ook een afkeur voor de Kong erbij krijgt.
  8. Boos op de hond worden: Dit maakt de boel nog ingewikkelder voor de hond waardoor hij nog vatbaarder wordt voor verlatingsproblemen. Bovendien komt SRB vaak helemaal niet uit stoutheid.
  9. Een tweede hond nemen: Vaak neemt de nieuwe hond het probleem helaas over.

Behandeling en management

Als je hond daadwerkelijk een verlatingsangst (SRB) diagnose krijgt – raadpleeg hiervoor een deskundige gedragstherapeut – dan bestaan er verschillende behandelingsopties die vaak samen in gang worden gezet.

  1. Gedragsmodificatie: Naast een stappenplan op te stellen dat zich richt op het weer aanleren om alleen-thuis te blijven, zal de gedragstherapeut ook proberen erachter te komen wat het onderliggende probleem was (bijv. geluidsfobie, overbinding) en zal ook hiervoor een stappenplan ontwikkelen. Meestal zijn deze behandelingen gebaseerd of een of andere vorm van desensitisatie en counterconditionering, waardoor de hond op een therapeutisch gerichte manier weer wordt blootgesteld aan de probleemsituatie.
  2. Gedragsmedicatie: Sommige eigenaren wachten helaas zo lang tot ze hulp schakelen dat de hond geen vorm van alleen-zijn kan bijdragen, hoe miniem dan ook. Deze honden zijn dan niet meer bereikbaar voor gedragsmodificatie alleen, en hebben vaak een tijdelijke periode nodig van extra steun via gedragsmedicatie, om de training een kans te geven. Hierin horen je gedragtherapeut en (gedrags)dierenarts nauw samen te werken.
  1. Management: Tijdens het gedragsmodificatie programma – dat weken kan duren – moet je ervoor kunnen zorgen dat de hond geen seconde langer dan wat hij kan hebben alleen thuis moet blijven, anders moet je steeds weer opnieuw beginnen.

Als je overweegt een gedragstherapeut in te schakelen doe dat dus vooral wanneer je wekenlang makkelijk kan bepalen hoe lang je thuis blijft.

Kernboodschap

Dit zijn de belangrijkste punten om te onthouden uit dit artikel:

  1. Werk proactief aan preventie. Denk niet dat het je hond niet overkomt. Het komt heel vaak voor.
  2. Als je vermoedt dat je hond verlatingsangst aan het ontwikkelen is, neem dan contact op met een gedragstherapeut vóór het ernstiger wordt. Hoe eerder je het probleem aanpakt, hoe vlotter de oplossing.

Credits

Dit artikel is gechreven door Laure-Anne Viselé / Gedragstherapeut en hondentrainer bij OhMyDog Hondenkenniscentrum Den Haag.

Reacties

Doggo maakt gebruik van cookies voor het analyseren van onze bezoekers, social media en het tonen van advertenties. meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close