De ingrediëntenlijst van hondenvoer
Steeds meer hondeneigenaren kijken bewust naar voeding. Er wordt gezocht naar voedingen met meer vlees, minder toevoegingen of een samenstelling die beter past bij de individuele hond. Maar zodra het etiket erbij gepakt wordt, ontstaat er vaak ook verwarring.
Want wat betekent een ingrediëntenlijst nu eigenlijk precies? Waarom staat een bepaald ingrediënt bovenaan? En betekent “met rund” automatisch dat een voeding ook grotendeels uit rund bestaat?
Een voedseletiket kan veel informatie geven, maar die informatie goed interpreteren vraagt soms nét iets meer achtergrondkennis.

De volgorde
Een belangrijk uitgangspunt bij etiketten lezen is dat ingrediënten in principe vermeld worden op volgorde van gewicht. Het ingrediënt waarvan vóór productie het meeste aanwezig is, komt als eerste op de lijst te staan.
Dat klinkt overzichtelijk, maar hier zit meteen een nuance in verborgen.
Niet ieder ingrediënt bevat namelijk dezelfde hoeveelheid vocht. Vers vlees bestaat bijvoorbeeld voor een groot deel uit water. Wanneer bijvoorbeeld een brok geproduceerd wordt, gaat een aanzienlijk deel van dat vocht verloren. Daardoor kan een ingrediënt dat hoog op de lijst staat na verwerking uiteindelijk minder bijdragen aan de totale voeding dan op het eerste gezicht lijkt.
Samenstelling: verse kip 40%, aardappel, erwten, erwteneiwit, kippenvet, lijnzaad, kippensaus, mineralen, visolie, kruiden 0,2% (goudsbloemblaadjes, brandnetel, braambesblaadjes, venkel, karwijzaad, kamille, melisse), mannan- oligosachariden (MOS), fructo-oligosachariden (FOS), mango 0,04%, bosbessen 0,04%, appels 0,04%, aardbeien 0,04%, wortels 0,04%, tomaten 0,04%.
In bovenstaande samenstelling staan achteraan een aantal soorten fruit en groente. 0,04% vóór het productieproces. Hierbij kun je je afvragen hoeveel dit uiteindelijk nog bijdraagt aan de uiteindelijke voeding na verwerking.
Gedehydrateerde (gedroogde) ingrediënten gedragen zich anders. Daar is het vocht vooraf al grotendeels uitgehaald. Daardoor zijn ze geconcentreerder en blijven ze na verwerking relatief stabiel aanwezig in de uiteindelijke samenstelling.
Dat betekent niet automatisch dat vers vlees minderwaardig is of dat gedehydreerde ingrediënten per definitie beter zijn. Wel laat het zien dat een ingrediëntenlijst soms meer context vraagt dan alleen kijken naar het eerste ingrediënt.
Productgroepen opsplitsen
Naast de volgorde van ingrediënten speelt nog iets anders mee: de manier waarop ingrediënten vermeld worden.
Sommige grondstoffen kunnen namelijk worden opgesplitst in verschillende onderdelen. Denk bijvoorbeeld aan een plantaardige grondstof die afzonderlijk terugkomt als zetmeel, vezel, eiwitfractie of meelvorm. Op papier lijken dit meerdere kleinere ingrediënten, terwijl ze in werkelijkheid allemaal afkomstig zijn uit dezelfde basisgrondstof.
Daardoor kan een ingrediëntenlijst er anders uitzien dan wanneer deze componenten gezamenlijk vermeld zouden worden.
Samenstelling: gedroogde kip: 20%, bruine rijst: 19.2%, rijst: 19.2%, kippenvet: 10.2%, gedroogde zalm: 6%, erwten: 5%, gedroogde lam: 5%, gedroogde eieren: 4%, lijnzaad: 3.7%, biergist: 3%, plantaardige vezels: 3%, mineralen: 1%, zalmolie: 0.5%, appel: 0.05%, wortel: 0.05%, mannan-oligosacchariden: 0.05%, probiotica: enterococcus faecium 0.02%.
In dit voorbeeld staat bijvoorbeeld de gedroogde kip bovenaan de ingrediëntenlijst. Maar wanneer bruine rijst en rijst als één grondstof groep bekeken zouden worden, vormt “rijst” in totaal een groter aandeel dan de kip.
Ook hier geldt: dit maakt een voeding niet automatisch goed of slecht. Maar het is wel nuttig om te beseffen dat een ingrediëntenlijst niet altijd alleen een optelsom van losse, volledig onafhankelijke grondstoffen is.
De 4% declaratie regel
Een ander onderdeel waar regelmatig vragen over ontstaan, is de “4%-regel”.
Veel verpakkingen bevatten teksten zoals “met kip”, “met rund” of “met zalm”. Voor consumenten klinkt dat vaak alsof het genoemde ingrediënt een belangrijk onderdeel van de voeding vormt. Binnen de etiketteringsregels ligt dat genuanceerder.
Bij een claim als “met rund” hoeft een voeding namelijk slechts een beperkte minimale hoeveelheid van dat ingrediënt te bevatten, namelijk minimaal 4%. Dat betekent dus niet automatisch dat een voeding grotendeels uit rundvlees bestaat.
- “Rijk aan” mag de fabrikant gebruiken als er minimaal 14% van dit type vleessoort in het voer zit.
- En “Menu” of “Maaltijd” mag als er minimaal 26% van genoemde vleessoort in het voer zit.
Deze percentages verwijzen naar het genoemde ingrediënt waarop de claim betrekking heeft. Daarmee wordt meteen duidelijk waarom marketinguitingen en ingrediëntenlijsten niet altijd exact hetzelfde verhaal vertellen.
Samenstelling: 86% kippenvlees en kippenorganen, 4% zalm, 4% groenten (wortels, groene erwten), 3% marine complex (zalmolie, zeewier), bouillon, mineralen, 0,1% gedroogde kruiden (cichoreiwortel, basilicum, salie).
Hier zien we een voeding die aangeprezen wordt als “zalm en groente”, maar in werkelijkheid is het hoofdbestandsdeel kip en zit er maar 4% zalm en 4% groente in.
Soort declaratie
Naast de ingrediënten zelf speelt ook de mate van transparantie van de declaratie een rol.
- Bij een open declaratie worden ingrediënten vrij specifiek benoemd. Je ziet dan bijvoorbeeld precies welke eiwitbron, koolhydraatbron of olie gebruikt is en vaak ook nog welk percentage.
- Bij een halfopen declaratie worden sommige onderdelen concreet genoemd, terwijl andere ingrediënten onder bredere categorieën vallen.
- Een gesloten declaratie werkt juist met meer algemene verzameltermen zoals “granen”, “plantaardige bijproducten” of “vlees en dierlijke bijproducten”.
Geen van deze systemen zegt automatisch iets over de kwaliteit van een voeding. Een minder specifieke declaratie betekent niet per definitie dat een voeding slecht is. Wel kan een meer open declaratie soms meer duidelijkheid geven, bijvoorbeeld wanneer er gekeken wordt naar voedingstolerantie, gevoeligheden of een eliminatiedieet.
Samenstelling: graan, vlees en dierlijke bijproducten, vetten, plantaardige oliën en zalmolie, plantaardige bijproducten, vitaminen, mineralen, sepiolieten en dicalciumfosfaat.
Bovenstaand etiket vermeldt alleen productgroepen. Het is hierbij onbekend welke granen, diersoorten, oliën en dergelijke in de voeding zijn verwerkt.
Uiteindelijk vertelt een etiket een belangrijk deel van het verhaal, maar niet het hele verhaal.
Ook factoren zoals verteerbaarheid, grondstofkwaliteit, productieproces, individuele tolerantie en de gezondheidstoestand van de hond spelen een rol in hoe een voeding uiteindelijk in de praktijk uitpakt.
Etiketten leren lezen draait daarom niet zozeer om het zoeken naar de perfecte ingrediëntenlijst, maar vooral om beter begrijpen wat er daadwerkelijk op de verpakking staat. En misschien nog belangrijker: om marketing, samenstelling en context iets makkelijker van elkaar te leren onderscheiden.
Credits
Dit artikel is geschreven door Dimphy van Halteren, Integraal & Orthomoleculair voedingsdeskundige voor honden bij HalDi Coaching.
Meer verdieping rondom hondenvoeding?
Voor eigenaren die hier meer over willen leren, behandelt Dimphy dit onderwerp uitgebreider in haar online cursus De Gezonde Basis, waarin onder andere voedseletiketten, voedingskeuzes en praktische voedingsthema’s aan bod komen.










