Dominantietheorie | Deel 1/4

De Roedel | Gedragsdeskundigen Arjen van Alphen & Francien Koeman

Arjen van Alphen en Francien KoemanDoggo.nl heeft 4 hondenprofessionals van divers pluimage gevraagd naar hun visie op het dominantiemodel en wat voor invloed dat heeft op de wijze waarop we met onze hond omgaan. Dit artikel is onderdeel van dit vierluik en is geschreven door Arjen van Alphen en Francien Koeman van Hondenopvoedingsinstituut De Roedel. Arjen van Alphen is een Nederlandse gedragsdeskundige en (sociaal) wetenschapper en en doet wetenschappelijk onderzoek naar hondengedrag en ontwikkelde samen met Francien Koeman De Roedelmethode®

In dit artikel

  1. Inleiding
  2. Visie op het dominantiemodel
  3. Honden hebben behoefte aan sociale interactie
  4. Wat is jouw rol als hondeneigenaar?
  5. Dominantie en rangorde; leren geven en nemen
  6. Roedelmethode in de dagelijkse praktijk
  7. In de praktijk
  8. Informatieve links
  9. Reageer op dit artikel

Inleiding

Al in 1954 wees Prof. Dr. Niko Tinbergen er op, dat dominantie een moeilijk hanteerbaar begrip is. Alles wat we observeren is het resultaat is van heel veel dingen die invloed hebben op gedrag. Niet alleen het individuele karakter, maar ook de opvoeding en de omgeving spelen hierin een grote rol. Een omgeving en een situatie veranderen doorlopend. Dit betekent dat ook de onderlinge relaties doorlopend veranderen en des te flexibeler moeten individuen zich in hun relatie steeds opnieuw aan elkaar aanpassen. Hierdoor is er een doorlopende wisseling van posities, die posities liggen nooit vast!

In de hondenwereld is de koppeling van dominantie en ‘overheersen door agressie en geweld’ als ‘Het’ dominantiemodel’ een zeer algemene en hardnekkige aanname en interpretatie geworden.

Dieren in gevangenschap

‘Het dominantiemodel’ werd ontwikkeld na observaties van wolven in gevangenschap in dierentuinen, een niet variërende omgeving en een nauwelijks variërende situatie. Flexibiliteit, goed teamwerk en een goede taakverdeling, waarbij gebruik wordt gemaakt van elkaars specifieke capaciteiten, is in die omgeving en situatie geen echte noodzaak meer.

In dit lineaire hiërarchische model is niet of nauwelijks sprake van wisselingen in sociale posities en verhoudingen. Wanneer er wel positiewisselingen plaatsvinden, gebeurt dat zoals in een hiërarchisch systeem past; via conflicten die van bovenaf naar beneden toe doorwerken.

Dieren in het wild

Voor dieren in het wild zou een dergelijk hiërarchisch dominantiemodel in de dagelijkse praktijk bepaald niet handig zijn!

Zij zijn juist erg aangewezen op elkaars capaciteiten, waarbij samenwerking en een goede taakverdeling hard nodig zijn om als individu en als groep te kunnen overleven. Daardoor variëren de onderlinge sociale relatie vaak snel en efficiënt. Er is respect en erkenning voor elkaars individuele capaciteiten, die ingezet zullen worden ten behoeve van de hele sociale groep; soms heeft de een de leiding en soms de ander. Het gaat om het eigen en elkaars welzijn.

Strijd en geweld worden in deze rangordebepalingen juist zoveel mogelijk vermeden!

Visie op het dominantiemodel

Het lineaire hiërarchische dominantiemodel (zoals hierboven beschreven bij dieren in gevangenschap) voldoet niet aan wat de Roedelmethode verstaat onder ‘natuurlijke opvoeden’ en gaat uit van een ander dominantiemodel:

In het dominantiemodel van De Roedelmethode bestaat het sociale welzijn van de leden uit wederzijdse afhankelijkheid. Hierbij worden de persoonlijke capaciteiten van elk individu (h)erkend. Die persoonlijke capaciteit wordt ingezet voor het welzijn van alle leden van de sociale groep.

Bovendien gaat de Roedelmethode in dit dominantiemodel nog een stapje verder: waardoor is dit sociale dominantiemodel eigenlijk mogelijk?

Honden hebben behoefte aan sociale interactie

Elk levend wezen, dus ook de hond, heeft de behoefte om met andere levende wezens in sociale interactie te gaan.

Op welke manier dan ook is ieder mens of dier steeds gericht op de sociale interactie en communicatie met de anderen leden van de sociale groep waar hij bij wil horen en waarin niemand is gebaat bij strijd en geweld. Dit is een sociaal genetisch gegeven dat samenleven met anderen mogelijk maakt en sociale verhoudingen ‘bespreekbaar’ zijn.

Deze behoefte aan sociaal contact werkt onmiddellijk bij de geboorte; de behoefte van kind en ouders tot lichamelijk contact. Vanuit die basisrelatie wordt steeds meer geleerd hoe te communiceren, hoe te onderhandelen, wanneer je je plaats weet, waar je over kunt onderhandelen, maar ook hoe je dat doet zonder conflicten, en mocht het tot conflicten komen hoe je die op kunt lossen.

Direct na de geboorte is bijna elk levend wezen totaal hulpbehoevend en afhankelijk, vooral van de moeder. Tussen het kind en de moeder is er intens lichamelijk contact; voor het geven en ontvangen van warmte, verzorging,voeding, veiligheid en bescherming als middel van (nog) beperkte mogelijkheden tot interactie en communicatie. Hieruit ontwikkelt zich een specifieke sociale relatie, waardoor het voor de moeder en -wat later- voor de andere leden van de sociale groep mogelijk wordt om de nieuwe generatie op te voeden. De basisbehoefte om ergens bij te (gaan) horen en om te leren samen te leven met anderen, maakt dat opvoeden mogelijk!

In de opvoeding worden de finesses van de (soorteigen) taal geleerd, eigen omgangsvormen, eigen normen en waarden en eigen cultuur, met alle groeps en soorteigen rituelen en tradities. Zowel mensen als dieren leren zo praten en te overleggen met anderen. Voor elk mens en elk dier is het ‘de basisschool’ van het leven, ter voorbereiding op ‘later als je groot bent’, om acceptabele en geaccepteerde leden van de mensenmaatschappij of groep te kunnen worden.

Dáárom kennen honden ook onze taal

Honden zijn in hun basisbehoefte om te communiceren en sociale interactie met anderen aan te gaan, zeer uniek en speciaal. Dankzij eeuwen van domesticatie is de hond de enige diersoort, die niet alleen de soorteigen taal en alles wat daarbij hoort leert, maar óók die van mensen; 2 verschillende ‘basisscholen’ en 2 verschillende sociale systemen!

Wat is jouw rol als hondeneigenaar?

Er is geen wetenschapper die het bestaan van dominantie en rangorde zal ontkennen. Elke wetenschapper zal wel erkennen, dat het eenduidig definiëren van ‘dominantie’ zeer moeilijk en verwarrend is vanwege alle factoren die van invloed zijn op ‘dominantie’. Elke factor is van invloed en bepaalt mede het sociale gedrag van elk individu en daarmee ook op de onderlinge sociale relaties en posities, de rangordeposities, van ranghoger en ranglager.

Dominantie en rangorde; leren geven en nemen

Maar net als bij dominantie worden deze woorden niet gebruikt zoals in het lineaire hiërarchisch dominantiemodel. Ranghoger geeft aan, dat de een op dat moment de goede kwaliteiten in huis heeft om in die situatie de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de belangen van de anderen. De ranglageren stellen zich daarmee afhankelijk op ten opzichte van die ranghogere.

Rangorde heeft te maken met verantwoordelijkheid nemen en wederzijdse afhankelijkheid. Dit staat los van geweld, strijd en conflict.

Bij alle sociaal levende diersoorten bestaat rangorde en zijn de sociale groepsgenoten wederzijds van elkaar afhankelijk.

Zonder duidelijke afspraken en regels is goed samenwerken en samenleven in een sociale groep niet mogelijk. Rangorden hebben daarom een belangrijke functie in elk sociaal systeem, zowel bij mensen als bij dieren.

De Roedelmethode gaat uit van wederzijdse afhankelijkheid in de sociale verhoudingen binnen een groep. Zoals een goede werkgever afhankelijk is van zijn werknemers en zijn werknemers afhankelijk zijn van hun werkgever. Dat wil zeggen dat de werkgever niet alleen de verantwoordelijkheid heeft voor zichzelf, maar zeker ook voor zijn werknemers. Dominantie en rangorde betekenen leiding kunnen geven, de bereidheid geleid te worden en leiding kunnen overdragen, zonder dat dit tot conflicten en confrontaties leidt. De goede leider weet ook wanneer hij de leiding af moet staan en leiding moet accepteren, als de groep hier mee gediend is. De rangorde – ranghoger of ranglager zijn – is inwisselbaar en overdraagbaar, al naar gelang en zo lang de omgeving en situatie dat eisen.

Voorwaarde is dat ieder individu daar, binnen zijn eigen mogelijkheden, zijn bijdrage aan levert en dat ieder individu zich daar prettig bij blijft voelen.

Dit dominantiemodel is tegengesteld aan het lineaire hiërarchische dominantiemodel, waarin nauwelijks een wisseling is in sociale verhoudingen en conflicten hierover veel meer via repressie, agressie en geweld geregeld zullen worden.

Door de verwantschap tussen wolven en honden en omdat honden ‘in gevangenschap’ leven, werd er van uitgegaan, dat ‘Het’ dominantiemodel de blauwdruk moest zijn voor hoe je als baas het beste met je hond om moet gaan. Jij bent de baas en moet dat altijd blijven, anders krijgt je problemen met je hond, die zelf ‘baas’ zal willen worden!

Máár onze honden zijn gedomesticeerd en in hun dominantie allang geen wolven meer. Onze huishond heeft maar liefst 2 verschillende ‘basisscholen’ doorlopen en 2 verschillende sociale systemen geleerd; van honden én van mensen. Hierdoor richten honden zich niet alleen op soortgenoten, maar zeker ook op de mens. Wolven zullen zich altijd blijven richten op andere wolven.

Onze mensenmaatschappij is zeer gevarieerd en complex. De samenstelling van de menselijke sociale groep verandert steeds, net zoals de situatie en de omgeving. Dat vraagt heel wat flexibiliteit, wederzijds vertrouwen en respect! Baas en hond zullen zich samen steeds moeten aanpassen aan die veranderingen. Hierbij zal de rangorde, de rangordeposities, steeds wisselen, omdat baas én hond bereid moeten zijn hun goede kwaliteiten te gebruiken in het voordeel van de ander(en).

Het lineaire hiërarchisch dominantiemodel (dierentuinsysteem) toepassen in onze mensenmaatschappij is volledig misplaatst en ontoereikend. Samenwerking, zodat het flexibel wisselen van taken en rangorden mogelijk is, is in onze complexe maatschappij juist van essentieel belang!

Roedelmethode in de dagelijkse praktijk

In de Roedeloptiek is de behoefte om sociale relaties aan te gaan met anderen, het allerbelangrijkste. De wederzijdse afhankelijkheid, sociale communicatie, de onderhandelingen, het doorlopende gesprek tussen baas en hond zijn hierin essentieel. Door de opvoeding en de ‘onderhandelingen’ tussen baas en hond over de sociale posities kunnen zij een sociale vertrouwensrelatie opbouwen.

Onze hond leeft in onze mensenmaatschappij, zodat mensen –zeker in de aanvang van de opvoeding en de opbouw van de sociale relatie met de hond – de meeste verantwoordelijkheden en taken op zich zullen moeten nemen.

Mensen zijn verantwoordelijk voor het welzijn van hun hond. De baas zal moeten bepalen, welke taken er wel (of niet) door de hond overgenomen kunnen en zullen worden en wanneer. Omdat zowel de baas als de hond een  sociale vertrouwensrelatie willen opbouwen, is van strijd of (fysiek) geweld geen sprake.

Het gaat om het eigen en elkaars welzijn waarbij baas en hond samen én beiden de belangrijke taak ‘zelfbeheersing’  moeten leren wat betreft zindelijkheid, waken, slopen, trekken aan de  lijn, weglopen, niet vechten en noem maar op…!

De wisseling van taken en van sociale posities tussen baas en hond vindt de dagelijkse omgang meestal heel onopgemerkte en onbewust plaats. Steeds opnieuw worden rangordeposities en verantwoordelijkheden verlegd, op basis van een sociale vertrouwensrelatie. Die relatie wordt opgebouwd tijdens de opvoeding en de ‘onderhandelingen’ tussen baas en hond over de sociale posities, waarbij de baas in aanvang de meeste taken en verantwoordelijkheden zal hebben.

  • De baas is afhankelijk van de hond of deze het huis wel of niet zal bevuilen. Een hond die zindelijk is, is bereid om zijn blaas en darmen in huis onder controle te houden in het belang van de baas. De baas laat de hond uit om zich kunnen ‘ontlasten’, in het belang van de hond. De hond is daarin afhankelijk van zijn baas.
  • Als de baas thuis is, heeft hij een beschermende taak, maar als hij weg is zal de hond die taak overnemen tot de baas weer thuis is.

Altijd is er sprake van wederzijdse afhankelijkheid en allerlei vormen van samenwerking, wisselingen in rangordeposities, zonder strijd of geweld, waarbij iedereen zich prettig en veilig kan voelen.

In de praktijk

Het opbouwen van een prettige sociale relatie om een goed samenwerkend team te worden is een intens en langdurig proces.
De onderhandelingen tussen de baas en zijn hond over samenwerking, over de beste taakverdeling en in welke situaties, over de positiebepalingen, verlopen bepaald niet altijd vlekkeloos.

Onbedoeld en ongewild zijn er in dit overleg tussen baas en hond heel wat taalproblemen…

  • De baas praat met hond vanuit zijn eigen menselijke sociale communicatie systeem, met menselijke omgangsvormen, normen en waarden en taal.
  • De hond praat met zijn baas vanuit zijn eigen hondse sociale communicatiesystemen, hondse omgangsvormen, en normen en waarden en taal. Dit is zijn hondengedrag, ongeacht of dit gedrag in onze mensenogen gewenst of ongewenst is.
  • Mensentaal is (vooral) verbaal, de hondentaal is lichaamstaal én geurentaal, want overal zit ‘een luchtje aan’…
    Die geur en lichaamstaal samen maken de hondentaal heel subtiel en voor ons mensen, met ons zeer beperkte reukvermogen, heel moeilijk te verstaan!

Taalverschil blijkt een struikelblok

Het grote taalverschil blijkt een flink struikelblok, waardoor de onderhandelingen over de samenwerking en taakverdelingen tussen baas en hond erg gemakkelijk kunnen mislukken. In dat geval kan de hond bepaalde posities en verantwoordelijkheden krijgen, die hij vanuit zijn eigen perspectief zeer legitiem vervult!

Wanneer dit gebeurt, wordt door mensen bijna automatisch ‘het lineaire hiërarchische model’ te voorschijn gehaald. De hond wordt gelabeld als een ongehoorzame ‘dominante hond’, die probeert ‘hoger op te komen’, in plaats van als een hond, die in zijn eigen taal onderhandelt over een goede samenwerking met zijn baas!

In de Roedelmethode neemt het opruimen van deze ‘struikelblokken’ een belangrijke plaats in.

Informatieve links

Reacties