Door: Catherine O’Driscoll
Taal: Engels | 216 pagina's
De feiten over vaccinaties en voer voor dieren en hoe je je huisdier gezond moet houden.
Door: Catherine O’Driscoll
Taal: Engels | 328 pagina's
Zijn vaccinaties nodig en bestaan er andere middelen om je hond te beschermen?


Het advies is om honden geregeld te vaccineren tegen allerlei verschillende ziektes. Een aantal ziektes zijn ernstig en eventueel dodelijk, anderen zijn in het algemeen vooral lastig maar in de regel geen ernstige bedreiging voor de gezondheid van je dier.
Parvo is een besmettelijk virusinfectie. Besmetting vind plaats via de ontlasting van besmette honden. Zieke dieren krijgen diarree omdat het darmslijmvlies wordt aangetast. Pups die een besmetting oplopen krijgen vaak hartproblemen. 16 tot 48% van de besmette honden overlijdt, hiervan is 85% jonger dan een jaar.
Hondenziekte is ook een virusinfectie en zeer besmettelijk. Honden raken geïnfecteerd door het lichaamsvocht als urine en speeksel van besmette honden. Hondenziekte kent een ernstig verloop, de eerste aankondiging zijn koortsaanvallen die de weerstand ondermijnen, de hond krijgt in een later stadium long- maag- en darmklachten en ook neurologische verschijnselen als toevallen komen voor. Vooral voor jonge honden zijn de gevolgen ernstig. Ongeveer 50% van de honden besmet met hondenziekte overlijdt, van de overlevende honden houdt een deel blijvende schade aan de organen. Hondenziekte komt, mede dankzij de vaccinaties, bijna niet meer voor.
HCC of Leverziekte is een besmettelijke leverontsteking. HCC is een virus en wordt doorgegeven via speeksel en ontlasting van besmette dieren. Het verloop van de ziekte wisselt sterk per dier. Ongeveer 20% van de besmette dieren houdt er een zogenaamd “melkglasoog” aan over. Vooral voor het jonge dier is het een gevaarlijke ziekte. Hij komt de afgelopen jaren nauwelijks meer voor in gebieden waar honden over het algemeen gevaccineerd worden.
Kennelhoest kent een virale variant (para-infuenza) en een bacteriële variant (bordetella). Het is een milde ziekte die over het algemeen vanzelf weer overgaat na 5-7 dagen. De besmetting wordt overgebracht door het speeksel van hoestende besmette honden. Bij de pup kan besmetting leiden tot een longontsteking, bij de oudere of zwakkere hond tot chronische bronchitis. Na een infectie met kennelhoest is een hond meestal levenslang immuun voor de ziekte.
Weil is een bacteriele ziekte die wordt overgebracht door de urine van de bruine rat of die van een besmet dier. De besmetting vindt niet alleen plaats in het water, ook het snuffelen aan urine op het land kan de ziekte overbrengen. Deze ziekte is ook besmettelijk voor de mens. Het veroorzaakt aantasting van lever, nieren en bloedvaten. Er zijn veel varianten van de Weil-bacterie, de vaccinatie biedt maar bescherming tegen een klein deel van de bacteriën die Weil veroorzaken.
Hondsdolheid ook wel Rabiës genoemd is een heftig verlopende virusinfectie. Het wordt overgebracht via het speeksel van een besmet dier (beet). Ook mensen kunnen geïnfecteerd raken. Het verloop is snel, verspreiding van het virus gaat via de zenuwbanen en het centraal zenuw stelsel naar de hersenen, het ruggenmerg en uiteindelijk de organen. Er zijn heftige neurologische verschijnselen en het is in alle gevallen dodelijk. In Nederland komt Rabiës niet voor. Voor dieren die meegaan naar het buitenland is in veel gevallen de rabiësenting verplicht.
Met het vaccineren tegen deze ziektes, is een aantal ervan zo goed als helemaal uit het straatbeeld verdwenen. Andere aandoeningen, zoals kennelhoest en parvo komen nog steeds voor.
De meest gehanteerde vaccinatieschema’s totdat het dier een jaar oud is voor de hond:
| Wanneer | Vaccineren tegen: |
|---|---|
| 6 en 9 weken oud | parvo, hondenziekte |
| 12 weken oud | parvo, hondenziekte, Weil (leptospirose) en HCC (leverziekte) |
| 1 jaar oud | parvo, hondenziekte, Weil, HCC en kennelhoest, de zogenoemde grote cocktail. |
| iedere 3 jaar vanaf de leeftijd van 1 jaar | grote cocktail |
| ieder jaar vanaf de leeftijd van 1 jaar | weil, kennelhoest |
Tot een aantal jaren geleden was het normaal om je hond elk jaar te vaccineren tegen allerlei verschillende ziektes. Het geadviseerde vaccinatiebeleid is de afgelopen jaren veranderd. Je hond hoeft niet meer elk jaar een grote cocktail-vaccinatie te hebben. Het is wetenschappelijk bewezen dat de gemiddelde hond na de vaccinatie op 1-jarige leeftijd zo’n drie jaar lang de benodigde afweerstoffen heeft. Zie ook de bijsluiter
Advies: 1x in de 3 jaar de grote cocktail halen voor je hond is dus voldoende. Daarmee beperk je de gezondheidsrisico’s van de vaccinatie sterk.
Voor Weil en kennelhoest (bordetella) geldt die termijn van 3 jaar niet. De Weil-vaccinatie is ongeveer een half jaar werkzaam, dus als je hond tegen Weil wilt laten vaccineren moet je dit minimaal 1 keer per jaar doen. Bij voorkeur in het voorjaar zodat je hond dan tijdens de zomer waarin de bacterie goed gedijt en je hond waarschijnlijk meer zwemt goed beschermd is.
Kennelhoest is een jaarlijkse vaccinatie, de neusenting is minder bezwaarlijk dan de vaccinatie en verdient de voorkeur. Overweeg het nut en de noodzaak van deze vaccinaties; de kans op besmetting is vooral groot als je dier in een pension of op tentoonstellingen komt en het wordt dan ook vaak geëist.
Je kunt de dierenarts ook vragen om eerst een titerbepaling te doen. Dit is een bloedtest die de hoeveelheid antistoffen meet van Parvo, Hondenziekte en HCC. Bij voldoende weerstand hoef je niet opnieuw te vaccineren en kun je het jaar daarop opnieuw een titerbepaling laten doen. Op de website van NML Health is te zien welke dierenartsen een titerbepaling uitvoeren.
In de loop der jaren is duidelijk geworden dat vaccinaties niet alleen maar voordelen hebben. Ze kunnen ook mogelijke andere gezondheidsrisico’s met zich mee brengen doordat het immuunsysteem herhaaldelijk op onnatuurlijke wijze wordt geactiveerd. Bovendien wordt er met de cocktailvaccinatie vaak tegelijkertijd tegen verschillende ziekten gevaccineerd. Helaas komt het ook veel voor dat dieren die niet helemaal gezond zijn ingeënt worden.
Het lichaam moet in deze gevallen op verschillende fronten tegelijk reageren waarbij er dingen mis kunnen gaan. Daarbij moet rekening gehouden worden met dat een bezoek aan de dierenarts voor de meeste dieren veel stress oplevert. Dit heeft ook een negatief effect op het afweersysteem.
Meestal zijn schadelijke gevolgen pas merkbaar op de langere termijn zoals de ontwikkeling van auto-immuunziekten, allergieën, en kanker. Soms zijn de reacties sneller te zien: diaree, braken, anafylactisch shock, toevallen of koorts.
Vaccinaties kunnen een gezondheidsrisico zijn, maar hebben natuurlijk dus ook voordelen. Het is moeilijk om algemene uitspraken te doen over wel of niet vaccineren, hoe vaak, waartegen en wanneer. Dit is namelijk afhankelijk van het type dier, de leefomstandigheden, de gezondheid en weerstand.
Het is dus erg zinvol om ook bij het vaccineren op een holistische manier te kijken, naar het individuele dier, het hele plaatje.
Over het algemeen kan gesteld worden dat de kans op besmetting, het verloop van de ziekte en de ernst ervan in sterke mate afhangt van de weerstand en leefomstandigheden van je dier. Het is dus belangrijk deze optimaal te laten zijn.
Tekst: Gertruud Kaandorp, Petra van der Post en Monique Bladder van TeamDier