Artrose bij honden

Berner SennenhondIn dit artikel:

  • Wat is artrose?
  • Wat gebeurt er nu bij artrose?
  • Kraakbeen
  • Symptomen artrose
  • Pijn herkennen
  • Oorzaken
  • Onderzoeksmethoden
  • Behandeling
  • Dierfysiotherapie
  • Hoe kun je artrose voorkomen?
  • Verklaring termen
  • Informatieve link
  • Credits

Wat is artrose?

Artrose ook wel Arthrosis deformans genoemd, is een vorm van osteoarthritis. Artrose en artritis worden vaak in één adem genoemd. Wel is er verschil, namelijk dat er bij artrose een verandering plaats vindt binnen het gewricht en bij artritis is er een ontsteking gaande van een gewricht, denkende aan reuma bij mensen. Beide aandoeningen bestaan naast elkaar en vaak ook niet zonder elkaar, want bij artrose krijg je vaak artritis en artritis veroorzaakt artrose binnen een gewricht.

De term osteoarthitis staat voor gewrichtsontsteking. Osteo betekent ‘bot’ in het Latijns en ‘art’ van articulatio, staat voor gewricht en het woord ‘itis’ betekend ontsteking. Een gewricht bestaat uit bot, vandaar het woord ‘osteoarthitis’.

Bij artrose is er een degeneratief proces van het kraakbeen gaande. Degeneratie betekent een achteruitgang van het kraakbeen, door beschadigingen. Kraakbeen fungeert als stootkussen. Hiertussen bevindt zich gewrichtsvloeistof ook wel synoviaal vloeistof genoemd. Dit vloeistof zorgt ervoor dat dat het gewricht gesmeerd wordt en dat de bewegingen binnen dit gewricht vloeiend verlopen.

Bij ernstige artrose kun je zelfs bot op bot contact krijgen. Hierdoor worden bewegingen binnen het gewricht ontzettend pijnlijk voor de hond, omdat het bot zijn natuurlijke beschermlaag kwijt is. En omdat onderliggende zenuwen bloot komen te liggen. Het kraakbeen zelf is van nature namelijk gevoelloos.

Vorming en verergering van artrose.

Op de eerste afbeelding is een weergave te zien van de vorming en verergering van artrose. (Afbeelding bron: artrose-blog.nl)

Osteochondrosis DissecansWat gebeurt er nu bij artrose?

Het gewrichtskraakbeen wordt aangetast, waarbij er losse fragmenten kraakbeen binnen het gewricht kunnen gaan zweven. Deze losse stukken kunnen ook wel benoemd worden als OCD: Osteochondrosis Dissecans. (Afbeelding bron: ossehoofd.nl)

Een OCD kan als volgt ontstaan:

Tussen het bot en het gewrichtskraakbeen bevindt zich het subchondrale bot. Dit is de lijmlaag tussen beide structuren. En is dan ook zeer goed doorbloed.

Bij bijvoorbeeld een genetische afwijking kan de doorbloeding van dit subchondrale bot verstoord raken, waardoor dit bot afsterft en uiteindelijk los kan laten. Hierdoor krijg je een vicieuze cirkel, waarbij kraakbeen afsterft, loslaat en vermaalt wordt tussen het gewricht en daardoor juist weer andere beschadigingen aanbrengt binnen het gewricht en artrose veroorzaakt.

Een OCD komt vaak voor bij grote hondenrassen, bij een te snelle groei, overgewicht en komt over het algemeen vaker voor bij reuen dan teven. De leeftijd waarop het zich ontwikkelt is rond de 5de  tot 9de  maand. En betreft dan ook vaak jonge honden.

Een OCD kan voorkomen in de schouder, elleboog, hak en knie.

Bij artrosevorming krijg je te maken met een ontsteking, door overproductie van het synoviale vloeistof. Dit wordt synovitis genoemd. Synoviaal vloeistof is gewrichtsvloeistof en zorgt voor een goede smering binnen het gewricht. Bij een ontsteking veroorzaakt dit: pijn, warmte, roodheid, zwelling, en eventueel functieverlies.

Door deze ontstekingsverschijnselen wordt het gewrichtskapsel opgerekt, waardoor omliggende zenuwen weer geprikkeld worden en pijn veroorzaken.

Hieronder een mooi weergegeven afbeelding van een gezond gewrichtsdeel en een afwijkend gewrichtsdeel. Hierin worden de gevolgen van artrose goed weergegeven en wat het binnen een gewricht allemaal veroorzaakt. (Bron afbeelding: groepspraktijkdierenartsenapeldoorn.nl)

Gewrichtsdeel

Kraakbeen

Kraakbeen is een vorm van bindweefsel en wordt gevormd door chondrocyten oftewel kraakbeencellen. Bij beschadigingen van de chondrocyten verliest het kraakbeen elasticiteit, waardoor er diffusieproblemen* in het kraakbeen ontstaan. Met als gevolg dat de collageenopbouw in het kraakbeen zal veranderen. De collageenbundels worden dikker en gaan fragmenteren, waardoor het kraakbeen rafelig wordt.

Kraakbeen heeft de volgende functie:

  • Vering, door te vervormen zonder te beschadigen
  • Bescherming
  • Vermindering van wrijving tussen de gewrichten tijdens beweging, glijvlak vormen
  • Steun bieden aan de weke delen
  • Leidt druk en piekbelastingen door naar het onderliggende bot
  • Maakt verbindingen mogelijk tussen de beenderen
  • Verzorgt voeding voor de kraakbeencellen/chondrocyten
  • Bepaling van de groei van de beenderen

Soorten kraakbeen:

  • Hyaliene kraakbeen: is de hardste kraakbeensoort die er is. En bevindt zich bijvoorbeeld in de kraakbeenringen rond de luchtpijp, tussen de ribben en aan het uiteinde van het bot (gewrichtskraakbeen).
  • Elastisch kraakbeen: Elastisch kraakbeen bevindt zich in de oren en behoort zoals de naam het al benoemd meer elastisch te zijn.
  • Fibreus kraakbeen: Dit soort kraakbeen komt voor in de tussenwervelschijven, die zich tussen de ruggenwervels bevinden en tussen de schaambeenderen.

CellenKraakbeen kan onderverdeeld worden in meerdere lagen: (Bron afbeelding cellen: orthopedie.nl)

  • Oppervlakkige laag
  • Overgangslaag
  • Diepe laag
  • Verkalkte laag

In tegenstelling tot bot en andere bindweefsels bevat kraakbeen weinig bloedvaten. De chondrocyten worden gevoed door middel van diffusie. Diffusie ontstaat door de pompende actie, die gegenereerd wordt door compressie oftewel druk van het articulaire kraakbeen*. Daardoor groeit en herstelt kraakbeen veel langzamer, doordat het minder doorbloed is. En kraakbeen wat verdwenen is, groeit niet meer aan.

Symptomen artrose

  • Pijn
  • Startkreupelheid of startstijfheid, wat betekend dat een hond na rust moeite heeft met opstaan en de eerste paar passen stijf en soms kreupel is. Ook wel ochtendstijfheid genoemd bij mensen.
  • Overvullingen van het aangedane gewricht
  • Bewegingsbeperkingen van het gewricht: het gewricht kan niet meer volledig naar de eindgrens bewogen worden
  • Crepitatie: kraakachtige geluiden. Komt ook voor bij gezonde gewrichten. Samen met andere symptomen kan hier de diagnose ‘artrose’ aan gegeven worden
  • Afname van de bespiering (atrofie*)

Afhankelijk van de locatie van de artrosevorming, kan een hond dus kreupel gaan lopen. Bijvoorbeeld door de pijn of door de bewegingsbeperking binnen het gewricht. Bij artrose zien we dit vaak in de vorm van een startkreupelheid. De eerste paar passen na rust is de hond vaak behoorlijk kreupel en dit verbeterd naarmate de hond langer beweegt.

Maar een hond kan ook na of tijdens beweging kreupel raken. Denk bijvoorbeeld aan overbelasting. Wel afhankelijk van het stadia waarin de artrose aanwezig is bij de hond.

Heupartrose kan zelfs neurologisch lijken, doordat de bespiering afneemt. Een zogeheten ‘atrofie’ van de spieren. Dat de bespiering afneemt kan te maken hebben met het feit dat de hond bijvoorbeeld door pijn of een bewegingsbeperking het lichaamsdeel ontlast en daarvoor niet optimaal gebruikt.

Spieren en spierkracht behoudt je door te bewegen. Voorbeeld: je hebt je eigen been in het gips gehad. Daar waar het gips zat, heb je nu een verminderde omvang in spieren. De spieren zijn geslonken doordat deze niet gebruikt zijn. Dit omdat je been geïmmobiliseerd was door het gips.

Artrose in de rug kan eventueel ook voor neurologische afwijkingen zorgen, afhankelijk van de plek waarop de artrose zich bevindt. Als deze zich dicht bij een spinale zenuw bevindt, die uittreedt vanuit het ruggenmerg en de wervelkanaal, dan kunt u zich voorstellen dat neurologische afwijkingen ook een mogelijkheid zijn.

Ook krijg je te maken met overcompensatie. De hond gaat compenseren in zijn bewegingen. Als hij bijvoorbeeld linksvoor kreupel is, zal de hond dit met rechtsvoor opvangen, omdat een kreupele hond altijd op zijn gezonde voorpoot valt. Deze poot wordt dan overbelast.

Ook kan de hond in zijn rug gaan compenseren door een verandering in houding. Een hond zal altijd willen blijven bewegen, ondanks zijn beperkingen of pijn.

Pijn herkennen

Denk dan ook vooral niet dat je hond geen pijn heeft als hij ondanks zijn kreupelheid, rugproblemen of andere klachten nog voortbeweegt, goed eet en kwispelt. Ook dan kan hij zeker (pijn)klachten hebben. Een hond wil namelijk niet zwak lijken in zijn roedel, uit angst om verstoten te worden. Daarom laten vele honden niet snel pijn zien. Wel kunnen de pijngradaties per hond weer verschillen. Net als de ernst van artrose. Ook het karakter van de hond speelt hierin zeker een rol. Sommige honden zullen het sneller laten merken dan anderen. Let daarom goed op de subtiele veranderingen van je hond. Bijvoorbeeld:

  • mank lopen op de eerste paar passen,
  • of stijver overkomen dan anders,
  • moeite hebben om uit de mand te komen of om overeind te komen,
  • een andere lighouding of zitpositie aannemen,
  • bepaalde bewegingen vermijden,
  • ook qua gedrag kan de hond zich anders gaan gedragen, denk aan pijnreacties, zoals piepen, smakken, overmatig hijgen en gapen. Oftewel de normale stress reacties.

Als je bijvoorbeeld zelf last van je knie hebt, ga je meer vanuit je heup en rug voortbewegen en ondersteun je, je eigen lichaamsgewicht meer met je gezonde been, waardoor deze weer meer druk krijgt door de zwaartekracht van de val op het gezonde been. Alle veranderingen in houding en bewegingen hebben weer hun effect op de rest van het lijf. Zo ook bij je dier.

Oorzaken

Je hebt verscheidene oorzaken. Deze kunnen onderverdeeld worden in primaire oorzaken en secundaire oorzaken.

Primair houdt als het ware in dat het in het lijf aanwezig is of door het lijf afkomstig is. Het gebeurd dus van binnenuit. En secundair is een oorzaak die van buitenaf gebeurd.

Primaire oorzaken:

  • Slijtage door bijvoorbeeld, ouderdom, trauma of vorming van OCD
  • Afwijkende gewrichtsstanden en daardoor overbelasting door een disbalans
  • Erfelijkheid

Afwijkende gewrichtsstanden van de voorhandAfwijkende gewrichtsstanden van de voorhand:

  1. O-benig: Het front is niet recht, maar rond. De poten staan naar binnen gedraaid. Hierdoor kunnen de ellebogen van de borstkas gaan afstaan. Rek op de buitenzijde en compressie op de binnenzijde van de poot.
  2. X-benig: Smalle borst, zwakke en doorgezakte polsen en Franse stand. Ellebogen staan naar binnen gedraaid. Rek op de binnenste structuren en compressie op de buitenste structuren van de poot.
  3. Correcte stand: Goede borstomvang met recht front en een normale stand positie van de poten.

In de voorhand kunnen de standen ook nog nauw en wijd zijn. ‘Nauw’ bij een smalle borst of ribwelving en ‘wijd’ bij een brede borstomvang.

Afwijkende gewrichtsstanden van de achterhandAfwijkende gewrichtsstanden van de achterhand:

  1. Correcte stand achterhand
  2. X-benig/koehakkig: Rek op de binnenzijde van de poot en compressie op de buitenzijde van de hak, Franse stand onderpoot.
  3. O-benige: Rek op de buitenzijde en compressie op de binnenzijde van de achterpoot (hak), toontreden van de tenen.
  4. Nauwe stand: Smalle croupe. Poten lopen evenwijdig naar beneden. Meer rek op spieren van bekken en dijbeenspieren die aan de buitenzijde lopen.
  5. Wijde stand: brede croupe. Poten lopen evenwijdig uiteen. Meer rek op spierstructuren aan de binnenzijde van de achterpoot.

Bij O-benige honden kunnen nog de volgende aandoeningen voorkomen, zoals het ‘mediale compartiment syndroom’: druk op de binnenste (mediale) meniscus. Doordat de hoeking van de poot anders is en de knie naar buiten gericht staat komt er door de zwaartekracht, die van bovenaf komt en het gewicht van de hond een te zware belasting op de binnenzijde van de knie terecht. Dit omdat het zwaartepunt veranderd is binnen de knie. In plaats van loodrechte belasting is deze door de verkeerde gewrichtsstand verandert en komt alle druk op de binnenste meniscus aan.

Afwijkende gewrichtsstanden

Afbeelding: mediale compartiment syndroom.

Patella luxatieOok heb je bij O-benige dieren meer kans op een patella luxatie. Hierbij schiet de knieschijf=patella uit de kniegroeve. Meestal richting de binnenzijde van de knie, omdat hier de spanning van structuren te hoog is, door de afwijkende stand van de achterpoot. Dit verhoogt ook de kans op artrose, omdat er een afwijkende beweging plaats vindt binnen het kniegewricht. (Röntgenfoto, bron: dierenkliniekkenaupark.nl)

Structuren die op spanning komen te staan door verkeerde gewrichtstanden zijn onder andere: het gewricht, de gewrichtsbanden, pezen en spieren. Maar ook het bot en het botvlies.

Secundaire oorzaken:

  • Trauma’s: bijvoorbeeld een botsing
  • Infecties
  • Operatie

Artrose wordt vaak gezien als ouderdomsklacht, maar ook jongen honden kunnen artrose hebben. Dit bijvoorbeeld door een trauma of door een operatie binnen een gewricht. Door een operatie kun je een overmatige reactie binnen een gewricht veroorzaken, waardoor artrose vorming ook weer verergerd kan worden. Dit net als bij een infectie door zwelling en ontstekingsverschijnselen.

De ontwikkeling van artrose kan binnen 3 weken ontstaan bij een hond.

Onderzoeksmethoden

Onderzoeksmethoden om te achterhalen of je hond artrose heeft zijn onder andere:

  • Röntgen onderzoek: benige gedeelten
  • MRI: weke delen

Behandeling

Artrose is helaas onomkeerbaar, waardoor genezing niet mogelijk is. Wel kan de artrosevorming of slijtage geremd worden en kun je het gewricht met verschillende middelen zo soepel mogelijk houden.

Belangrijk is om de symptomen te bestrijden, zoals de pijn en de ontstekingverschijnselen. Verder is het belangrijk te voorkomen dat de bewegingsbeperking verergerd. Je wilt dat de beweging, die binnen het gewricht nog mogelijk is zo optimaal mogelijk blijft voor de hond. Daarom wil je dit bevorderen en pijnvrij houden.

Behandelingen van artrose kunnen onder andere bestaan uit:

  • Rust
  • Aangepaste arbeid
  • Corticosteroïden: ontsteking verlagen
  • Pijnstilling
  • Bevordering van de lokale bloedvoorziening
  • Arthrodese (fuseren van het gewricht)
  • Overgewicht aanpakken

Per hond zal de werking van een bepaalde behandeling kunnen verschillen. Het is belangrijk een middenweg te zoeken tussen rust en beweging.

Gedoseerd bewegen is van groot belang om de hond soepel te houden. Bedenk maar eens wat je zelf doet bij stijfheid: licht bewegen. En naarmate je beweegt verbeterd deze stijfheid. Wel is belangrijk te zoeken naar een juiste dosering aan beweging. Niet te veel en ook niet te weinig.

Een dierenfysiotherapeut kan je hier goed over informeren. Ook is hydrotherapie een goede manier om jouw hond te ondersteunen in beweging. Het voordeel van hydrotherapie is dat de hond gewichtsloos is. Hydrotherapie kan in een zwembad of in een aquatrainer.

Er zijn zwembaden, die samen met uw hond in het water gaan. En het voordeel van een aquatrainer is, dat de hond op een loopband voortbeweegt en dat men het waterniveau kan variëren.

Andere middelen om je hond te ondersteunen is middels pijnstilling en/of supplementen. De supplementen Glucosamine, Chondroitine en Omega-3 hebben een positief effect op het smeren van de gewrichten en het versoepelen van de bewegingen binnen het gewricht.

Pijnstilling wordt vaak aangeraden bij honden met artrose en soms kan dit ook niet anders. Er is natuurlijk niets vervelender voor de hond en jezelf om je eigen hond in pijn te zien. Dan is het beter voor de hond om deze pijn te onderdrukken. Wel moet worden opgepast met pijnstilling. Wanneer de hond de pijn niet meer voelt, kan deze zichzelf hierin wel weer overbelasten. En zal hij wanneer de pijnstilling uitgewerkt is juist meer last krijgen van de klacht. Dus ook met pijnstilling moet men bedachtzaam zijn in het bewegen. Een hond gaat wel weer, als de pijn niet meer op de voorgrond staat. Een eigenaar moet hierin een rol spelen de hond te remmen. Bijvoorbeeld: minder tot geen ruig spel met andere honden, explosieve bewegingen, hele lange wandelen en bijvoorbeeld geen sport meer. Voor de hond is het van belang een grens te zoeken tussen pijnvrij kunnen leven en bewegen. Wanneer de hond na een uur wandelen kreupel gaat lopen is dit zijn grens en moet men hieronder blijven om de kwaliteit van leven voor de hond zo optimaal mogelijk te houden.

Ook zeer belangrijk bij honden met artrose is om het eventuele overgewicht aan te pakken. Vaak wanneer de hond lichte artrose heeft en dit nog niet vroeg genoeg wordt opgepikt door de eigenaar, zal de hond al wel minder bewegen. Dit wordt dan onder het mum van ‘hij wordt ouder’ gestopt. Hierdoor kan een hond al overgewicht verkrijgen.

Overgewicht levert een extra belasting op van de gewrichten en belemmert de hond alleen maar meer in zijn bewegingen. Hoe dikker, hoe minder de hond zal bewegen.

Het is daarom belangrijk overgewicht aan te pakken wanneer dit al aanwezig is, maar ook om het te voorkomen.

Dierfysiotherapie

Er werd al even kort een introductie naar de dierfysiotherapie gemaakt, maar wat kan een dierenfysiotherapeut nu voor je hond betekenen.

Wanneer een hond met bepaalde klachten bij ons binnen komt, doen wij ons standaard onderzoek, namelijk:

  • Anamnese: vragengesprekje om de klacht te achterhalen.
  • Palpatie: om te voelen naar temperatuur en spierspanningsverschillen.
  • Inspectie op stand: om de bouw en bespiering te bekijken.
  • Onderzoek in beweging: de bewegingen van de hond worden bekeken, waarbij de hond gemonsterd* wordt.
  • Functie onderzoek: de rug en/of poten worden onderzocht, waarbij de gewrichten passief worden bewogen om pijn en bewegingsbeperkingen uit te sluiten.

Bewegingsonderzoek

Fysiotherapie bij hondenFysiotherapie

Als conclusie kan hier dan uitkomen, dat je hond artrose heeft. Wat kan een dierenfysiotherapeut nu doen voor een hond met artrose? Binnen de behandeltechnieken hebben wij meerdere opties, namelijk:

  • Massagetherapie: ter ontspanning van spieren, verbetering van circulatie, afvoer van afvalstoffen. Ook om overbelaste spieren te verlichten.
  • Mobilisatietechnieken (evt. manipulaties): losmaken van blokkades in de gewrichten, verbetering van bewegingen binnen een gewricht.
  • Fysiotechniek: bijvoorbeeld laser, ultrasound, magneetveldtherapie. Ter pijnverlichting.
  • Aquatherapie in een zwembad of aquatrainer: ter verbetering van mobiliteit, kracht en uithoudingsvermogen.
  • Medical Taping: ter verbetering van het zelfgenezend vermogen van het lichaam. Bijvoorbeeld bij pijn, spierspanningen, blessures, littekens, circulatiestoornissen, oedeem.
  • Dry needling: ter behandeling van triggerpoints.

Belangrijk bij een hond met artrose klachten is dat een dierenfysiotherapeut ondersteuning kan bieden in het verbeteren van de kracht en de conditie van de hond. Middels gedoseerd bewegen en krachtoefeningen.

Ook geeft een dierenfysiotherapeut advies en voorlichtingen met betrekking tot het bewegen en de eventuele mogelijkheden binnen de sport.

Een halfjaarlijkse check-up om aanhoudende of terugkerende klachten te voorkomen en optimaal op de hoogte te blijven van de hond zijn lijf is zeker een aanrader. Vooral als je met een hond actief bent in de sport is het zeker aan te raden je hond eens professioneel te laten checken. Honden zijn meesters in compenseren. En compensatie betekend disbalans in het lijf. En eventueel verergering van klachten.

Alle behandeltechnieken zullen zich richten op het verbeteren van de hond, zowel curatief als preventief.

Curatief behandelen dierenfysiotherapeuten de aanwezige klachten en preventief behandelen ze eventuele klachten, die kunnen voortkomen uit de al aanwezige klachten.

FysiotherapieEr zijn dus vele mogelijkheden voor een hond met artrose. Wanneer u twijfelt of uw hond artrose heeft, kunt u deze altijd eens laten checken door een professional.

Hoe kun je artrose voorkomen?

Voorgeschiedenis check

Dit doe je bij het aankopen van een pup. Met name bij de grote rassen. Belangrijk hierbij is dat de ouders getest zijn op de veel voorkomende gewrichtsaandoeningen, zoals heupdysplasie (HD) en elleboogdysplasie (ED), zoals: LPC en LPA. Hierbij breken kleine stukje bot van de elleboog, die binnen het gewricht gaan zweven (OCD). Dysplasie betekent: niet goed passend. Het gewricht past anatomisch niet goed in elkaar, waardoor je de vorming van artrose weer kunt bevorderen. Dit door overmatige slijtage. Wanneer beide ouders vrij zijn bevonden middels röntgenfoto’s, is de kans minder groot dat uw pup hier ook last van zal hebben wat betreft erfelijkheid.

Voeding

Te veel calciumVoeding is ook een belangrijke factor met name bij pups. Deze mogen niet te veel calcium hebben en de verhouding calcium versus fosfor moet optimaal zijn. Deze verhouding is: 1-2 calcium : 1 fosfor. Jonge groeiende en met name de grote hondenrassen hoeven dan ook geen extra calcium te krijgen binnen hun voerdieet. Een goede puppyvoer volstaat. Een overmaat aan calcium kan namelijk leiden tot botvergroeiingen en kromme poten (zie afbeelding).

Beweging bij pups

Bij jonge honden moet hier een tussenweg in worden gevonden. Niet te veel om overbelasting te voorkomen, wat de groei kan belemmeren en niet te weinig, anders bouwt een jonge hond geen conditie en spierkracht op.
Bot is na 1,5 jaar pas echt goed belastbaar. Bij overbelasting verbenigen de groeischijven.
Activiteiten die behoorlijk intensief kunnen zijn, zijn onder andere: (langdurig) fietsen, spelen met andere honden, veel rennen (bijvoorbeeld achter een bal aan), traplopen, in en uit de auto springen (kofferbak).

Training geschikt voor pups

  • Langzaam stappen
  • Balans, coördinatie en stabiliteit oefeningen
  • Verschillende ondergronden (coördinatie en propriocepsis training)
  • Bewustwording propriocepsis (gewaarwording hondenlijf in tijd en ruimte) Bijvoorbeeld: optillen poot: hond weet dat deze opgetild is.
  • Psyche/gehoorzaamheidstraining

Belangrijk bij pups

  • Voorkom overbelasting
  • Laat de pup spelenderwijs kennis maken met de sport: bewegingservaring opdoen
  • Regelmaat in bewegingen
  • Kijk naar de hond: wat kan hij aan qua belasting (betreft alle leeftijdscategorieën)
  • En denk erom bij een lange wandeling: ook bij een hond met pijnklachten of een jonge hond. Je moet ook nog terug.

Groeifase waarin een pup ongeveer uitgegroeid is:

  • 10-12 maanden: kleine rassen
  • 12-18 maanden: middel grote rassen
  • Na 18 maand: grote rassen

Rust

Belangrijk is ook om de pup voldoende rust op een dag te geven. Een pup heeft ongeveer 16 tot 20 uur rust nodig per dag. Wanneer deze dit zelf niet neemt, is het een idee de hond verplichte benchrust te geven. Ook om overbelasting, zowel lichamelijk als geestelijk te voorkomen.
Over het algemeen geldt voor een pup de regel: leeftijd in weken, is de hoeveelheid beweging in minuten, per wandeling. En qua bewegen is het belangrijk dit geleidelijk op te bouwen. Ga niet ineens in het weekend 30 minuten lopen met je pup, wanneer je dit doordeweeks nog maar 5 min per keer doet. Vaak is het beter vaker op een dag een korte wandeling te doen, dan in 1x een lange wandeling. Ook om de hoeveelheid prikkels, die een pup of jonge hond binnenkrijgt te verwerken.

Beweging van een volwassen hond

Bij de volwassen en oudere honden is bewegen een belangrijke factor voor de gezondheid van uw dier. Belangrijk hierbij is een W-up te doen voordat je bijvoorbeeld intensief gaat bewegen, zoals fietsen of sporten met de hond. En ook bij deze leeftijd categorieën, is het belangrijk ervoor te zorgen dat een hond niet overbelast raakt. Ruig spelen met andere honden kan ook al voor overbelasting zorgen of een trauma.

Coördinatie trainen

Voor de grotere hondenrassen op jonge leeftijd geldt, dat deze sneller coördinatieproblemen kunnen ontwikkelen. Belangrijk is dit dus ook te trainen om blessures te voorkomen. Het lichaam moet zich in de groei steeds aanpassen aan veranderingen en veranderende informatie vanuit het lichaam.
Coördinatietraining is voor alle hondenrassen, groot en klein, jong en oud goed om te doen. Ook vinden honden dit vaak ontzettend leuk. Omdat het vaak in de vorm van een spel gegeven kan worden.

En als laatste:

Voorkom overgewicht.

Verklaring termen:

  • Articulaire kraakbeen: Articulair staat voor gewricht. Kraakbeen wat zich binnen een gewricht bevindt.
  • Atrofie: De trofiek van de bespiering wordt minder. Trofiek betekend de voedingstoestand van het weefsel. De letter ‘A’ betekend dat er een gemis is.
  • Diffusie: Een evenredige verspreiding van cellen over de beschikbare ruimte. In dit geval door druk binnen het gewricht, waardoor er een stimulatie is van kraakbeencellen.
  • Monsteren: De hond wordt aangelijnd bewogen in een rechte lijn en in een cirkel rechts en linksom, om de bewegingen van de hond in meerdere omstandigheden en gangen te observeren.

Informatieve link

Credits

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door: Dierfysiotherapie Monique Hoiting. Fysiotherapie voor hond en paard in de omgeving Groningen, Friesland en Drenthe.

Reacties