Is jachtgedrag af te leren?
Vrijwel alle honden jagen wel eens ergens achteraan, variërend van een propje papier tot een bal, van kat tot ree, van jogger tot mountainbiker. Jagen is een oeroude overlevingsstrategie. Toen onze hond nog zelf voor zijn eten moest zorgen, was het noodzakelijk dat hij op jacht ging. Ook al hoeft onze huishond dit niet meer te doen, het jagen op … is bij de meeste honden nog wel aanwezig.

Foto: O.a. windhonden zijn gefokt voor het vangen en doden van wild
De jachtsequentie
Wat is eigenlijk jachtgedrag? Simpel gezegd: de hond rent achter iets dat beweegt aan. Zoom je in op het gedrag, dan kan je het opsplitsen in verschillende onderdelen, de zogeheten gedragselementen. Deze vormen samen de jachtsequentie.
De hond begint met opsporen. Hierbij kan hij al zijn zintuigen gebruiken. Als hij wat hoort, ruikt, ziet of denkt te zien, gaat de hond zich oriënteren op waar de prooi precies zit. Weet hij de plek en ziet hij misschien ook al de prooi, dan gaat het oriënteren over in focussen. Vervolgens gaat hij de prooi besluipen waarbij de hond loert naar de prooi. Daarna gaat hij in de versnelling om de prooi op te jagen. Komt de hond heel dichtbij, dan kan hij de prooi vastpakken (omklemmen), bijten inclusief doden, prooi schudden (uit elkaar halen) en opeten.
Deze keten verloopt niet altijd netjes volgens deze stappen:
- Opsporen
- Oriënteren
- Fixeren / hoge focus
- Besluipen / loeren
- Op- en najagen
- Vastpakken
- Bijten / doden
- Vasthouden
- Uit elkaar halen
- Opeten
Sommige stappen kunnen worden overgeslagen of wij nemen ze niet waar omdat het bliksemsnel gebeurt. Bijvoorbeeld de overgang van oriënteren naar jagen kan supersnel plaatsvinden. Ziet de hond na het oriënteren niets bewegen, dan zal niet overgegaan worden naar de fase van fixeren. Ook de hond die wel achter een ree aangaat, kan het hierbij laten en het dier niet doden. De reden hiervoor heeft niet alleen te maken met het feit dat wij deze elementen van het gedrag bij veel rassen eruit gefokt hebben (er niet op hebben geselecteerd). Ook leeftijd en ervaring spelen een rol.

Foto: de retrievers zijn speciaal gefokt voor het ophalen en dragen van geschoten wild, zonder het te beschadigen.
Specialisten
In het verleden heeft de mens dankbaar gebruik gemaakt van het jachtgedrag van de hond. Het kwam ons goed van pas als de hond aangaf dat ergens wild zat. Ook de hulp bij het doden van bijvoorbeeld ratten was gewenst. Door individuen met de gewenste vaardigheden te selecteren voor de fok, zijn specialisten ontstaan. Anno nu zijn slechts enkele individuen van deze specialisten nog actief in dit werk. Maar dat wil niet zeggen dat onze huishonden niet meer over de eigenschappen en vaardigheden beschikken.
Rassen
- Denk bij specialisten bijvoorbeeld aan rassen die met name gefokt zijn voor het opsporen van wild, zoals de Pointer, Setter, Spaniël en Vizsla. Deze honden mochten -na een commando- vaak ook het wild opjagen uit de dekking.
- Een specialist in het fixeren en besluipen is bijvoorbeeld de Border Collie. Hij drijft de schapen met een karakteristieke gefocuste blik, ‘the eye’. Van de herdershonden werd en wordt verlangd dat ze het vee wel begeleiden en opbrengen, maar dat ze het niet echt beschadigen. De Australische Cattle Dog bijvoorbeeld mag best in de hakken van een onwillig rund bijten om hem de goede richting op te sturen, maar meer ook niet.
- Andere rassen zijn speciaal gefokt voor het ophalen en dragen van geschoten wild, zonder het te beschadigen. De specialisten hierin worden er zelfs naar genoemd. Het zijn de verschillende soorten Retrievers (to retrieve betekent ophalen). Bovendien moe(s)ten ze de prooi ook gewillig afgeven (loslaten).
- Dit in tegenstelling tot rassen die het wild mochten pakken en het ook mochten doden, bijvoorbeeld de Pinchers, Schnauzers, Terriërs en Windhonden.

Foto: Een specialist in het fixeren en besluipen is bijvoorbeeld de Border Collie.
Grenzen aan rasspecifiek gedrag
De aanleg die er duizenden jaren lang voor zorgde dat de hond kon eten door te jagen, is niet zomaar verdwenen uit de hond. Daarom zijn er ook bij gezelschapshonden individuen te vinden die achter katten en/of vogels aangaan.
Je kan gerust stellen dat het voor een hond een wezenlijke behoefte is om zijn aanleg te kunnen uiten. Afgezien van het feit dat het niet mogelijk is om het uit de hond te halen, kan je afvragen of je dit ook moet willen in het kader van het welzijn van de hond.
Moet je de hond dan maar laten jagen? Nee, beslist niet. Het jachtgedrag zorgt namelijk voor veel overlast en onvrede.
Wat wel kan, is het gedrag ombuigen. Er een andere invulling aangeven. Zo kan de hond een goed alternatief vinden in de sport van het opsporen van een wildspoor, het zogenaamde zweetwerk. Of in het volgen van een mensenspoor (speuren, mantrailing). Voor de specialisten in het opzoeken en vasthouden van de prooi, is er het zoeken van een bal of dummy bij jachttraining of de apporteersport. De honden die graag de achtervolging aangaan, kunnen hun talent kwijt bij het jagen op de bal of frisbee zoals bij de sporten flyball, frisbee en treibbal.
Leestip
Mijn hond kan los; Jachtgedrag onder controle
Nicky Gootjes
ISBN 978-94-93358-95-9
Credits
Dit artikel is geschreven door Nicky Gootjes, gedragstherapeut van honden en katten, auteur van het boek “Mijn hond kan los” en diverse andere (wandel)hondenboeken. Zij is tevens eigenaar van Gedragscentrum Samenspel.











