Lekker banjeren door de bossen of losloopplekken
Het is weer zover, het bos verandert langzaam in een bont palet van groen naar geel tot diepbruin. Het is herfst. Sommigen zullen denken ‘eindelijk’ maar misschien nog wel meer mensen denken vooral aan de kou die met dit prachtige jaargetijde gepaard gaat (bye-bye-summer). Voor de hondjes is herfst heerlijk, lekker koel dus ideaal om lekker door de bossen of losloopplekken te banjeren. Het badseizoen is weer afgelopen, wat betekent dat op veel stranden de honden weer los mogen. Heerlijk, maar het is in de herfst ook opletten geblazen, soms op dingen die je in andere jaargetijden niet tegenkomt. De belangrijkste op een rijtje.

1. Paddenstoelen: liever niet aan laten snuffelen
Bij de meeste paddenstoelen is er geen probleem, maar een paar soorten zijn voor een hond echt gevaarlijk. Een hele vervelende klant is de groene knolamaniet (zie foto hieronder). Het gif daarvan is funest voor de lever, en het verraderlijke is dat je hond zich de eerste uren nog prima kan voelen. Van een vliegenzwam kan je hond ook echt flink ziek worden. Laten snuffelen is natuurlijk gewoon tricky, snuffelen kan heel snel een hapje nemen worden.
Zie je je hond aan een paddenstoel likken of ervan eten? Maak een foto van de paddenstoel en neem een stukje ervan mee als dat lukt. En bel toch even de dierenarts.

Foto: Groene knolamaniet is zeer giftig. (Deze foto is gemaakt door Justin Pierce (JPierce) voor Mushroom Observer, een website voor mycologische afbeeldingen. This image is Image Number 177883 at Mushroom Observer, a source for mycological images., CC BY-SA 3.0.)
2. Eikels en kastanjes: lijkt onschuldig, maar niet goed
Eikels bevatten het stofje looizuur (tannine). De meeste honden halen er hun neus voor op, maar zeker jonge, groene eikels willen nog wel eens interessant zijn om op te knauwen. Maar van eikels en eikenbladeren kan je hond gaan braken, diarree of buikpijn krijgen. Als je hond er veel van eet kan het de nieren belasten. Het eten van kastanjes kan nare gevolgen hebben omdat een hond ze niet goed kan verteren. Een doorgeslikte kastanje kan de darm verstoppen. Soms leidt dat zelfs tot operatief verwijderen.
Ga dus vooral niet apporteerspelletjes doen met een kastanje, en zorg dat je hond geen eikels gaat eten. Wordt je hond na zo’n wandeling heel sloom, braakt hij herhaaldelijk of poept hij niet meer? Bel de dierenarts.
3. Naaktslakken: let op longworm
Na een paar regenachtige dagen, en die zijn er nu eenmaal in de herfst, komen naaktslakken vaak tevoorschijn. Deze slakken kunnen de larfjes van de Franse longworm bij zich hebben. Dat is een parasiet die bij honden longen, bloedstolling en het hart kan aantasten. Veel honden tonen weinig interesse voor naaktslakken. Maar sommige honden doen dat wel, soms gewoon om mee te spelen. Zo’n slak kan ook toevallig in de drinkbak terecht komen, of op een speeltje zitten. Dus oppassen geblazen en weghalen als je er een ziet.
Zet drinkbakken die buiten staan ’s nachts even binnen. Vraag je dierenarts of een ontwormingsmiddel tegen longworm voor je hond verstandig is.

4. Herfstmijt: jeuk tussen de tenen
De herfstmijt is een heel klein roodachtig larfje. Hij is laat in de zomer en in de herfst het actiefst. Ze zitten vooral in het gras en in de duinen en bosranden. Ze kruipen bij een hond graag tussen de tenen, rond de oren en op de buik. Vervolgens veroorzaken ze een flinke jeuk. Als je oranje puntjes ziet, of als je hond in deze tijd van het jaar ineens veel aan zijn poten gaat likken, dan is de kans op herfstmijten best groot.
Meestal blijft het bij die vervelende jeuk. Helaas kregen in 2024 in Nederland vier honden na zo’n besmetting zenuwklachten. Dierenartsen schreven daarover in een vakblad dat een hond in dat geval gaat wankelen en dat ze zwak op de poten worden. Mocht je hond dit soort klachten hebben na een wandeling, meteen de dierenarts bellen natuurlijk.
5. Teken. Ze zijn er nog, ook in de herfst!
De laatste jaren is de herfst vaak zacht. Heel fijn, maar het zorgt er wel voor dat teken gewoon actief blijven, vaak tot in november. Het is daarom goed om jezelf en je hond na een wandeling in de natuur goed te controleren. Kijk vooral goed rond de kop, oksels en liezen. Verwijder een teek zo snel mogelijk met een tekentang. De beste manier om hem eruit te halen is recht omhoog bewegen, zonder te draaien.
6. Eerder donker: zorg dat je opvalt en check openingstijden
Eind september gaat het vaak heel snel met het vroeger donker worden. Zeker als je een donkere hond hebt is deze in de schemering echt lastig te zien voor het overige verkeer. Een (knipperend) lampje aan de halsband of een reflecterend tuigje maakt echt verschil.
En wat veel mensen niet weten is dat veel losloopgebieden in de natuur openingstijden hebben. Vaak van zonsopkomst tot zonsondergang. Dit kom je tegen bij gebieden van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de provinciale landschappen. Let erop dat hoe verder naar de winter toe de zonsondergang steeds vroeger is. Even plannen dus, die losloopwandeling.
7. Wild is extra actief
De vogeltjes zijn in de meeste gevallen dan wel uitgebroed, maar in de herfst is het bronsttijd voor herten. In de schemering worden reeën en herten heel actief. Als je hond de geur oppikt kan hij er zomaar ineens vandoor zijn. Voor het wild betekent zo’n achtervolging extreem veel stress, soms met dodelijke afloop. Maar ook voor baasjes is het enorm stressvol, omdat een hond in dit soort gevallen soms ook kwijt raakt. Zeker met een invallende duisternis wil je dat echt niet meemaken. Hou je hond in natuurgebieden met wild dus altijd aan de lijn, ook als hij thuis altijd netjes luistert.
Let op, maar vergeet niet te genieten
Met een beetje oplettendheid is de herfst echt een fantastische tijd om lekker met je hond op pad te gaan. Let op waar hij of zij zijn neus in steekt en controleer hem even na de wandeling. Maar geniet vooral van de heerlijk lege stranden en prachtig kleurende bossen.
Credits
Gert Goossens schrijft op Op pad met Joep over wandelen en op pad gaan met de hond. Zijn overzicht van losloopgebieden in Nederland is per plek nagetrokken bij de gemeente of de terreinbeheerder.











