Ander gedrag kan zijn manier zijn om te vertellen dat er iets mis is
Een hond die ineens gromt bij aanraking, niet meer wil wandelen, onrustig wordt of zich terugtrekt, vertelt je misschien iets heel anders dan je denkt. Achter een plotselinge gedragsverandering kan pijn of ander lichamelijk ongemak schuilgaan.
Een hond hoeft daarbij niet te piepen, kreupel te lopen of zichtbaar pijn te hebben. Soms is een verandering in gedrag juist het eerste en enige signaal dat er lichamelijk iets niet goed zit. Een hond kan bijvoorbeeld sneller geïrriteerd raken, angstiger worden, minder aangeraakt willen worden of plotseling fel of afwerend reageren.

Foto: Afwerend gedrag kan een pijnreactie zijn.
Bij ongeveer één op de drie honden die vanwege gedragsproblemen worden doorverwezen, lijkt pijn een rol te spelen. Toch wordt pijn nog regelmatig over het hoofd gezien.
Daar houdt het verhaal niet op. Pijn, darmen, huid, voeding, stress en gedrag beïnvloeden elkaar. Wie alleen naar het gedrag kijkt, kan daardoor een belangrijk deel van de oorzaak missen.
In dit artikel lees je welke signalen kunnen wijzen op pijn of ander lichamelijk ongemak en waarom het bij gedragsveranderingen belangrijk is om verder te kijken dan training alleen.
Pijn kan gedrag veranderen
Pijn kan het gedrag van een hond rechtstreeks veranderen. Bestaand gedrag kan erdoor versterken of een hond kan anders gaan reageren op situaties die hij eerder prima aankon.
Een hond met pijn kan bijvoorbeeld:
- sneller geïrriteerd of prikkelbaar zijn;
- angstiger worden;
- gladde vloeren vermijden;
- vaker steun of contact zoeken;
- minder graag bewegen of wandelen;
- aanraking vermijden;
- plotseling grommen, happen of bijten;
- slechter presteren tijdens training;
- moeite krijgen met zitten, opstaan, in de auto komen of traplopen;
- plotseling onzindelijk worden
- niet meer willen eten door tandpijn.
Een verandering ten opzichte van wat normaal is voor jouw hond is daarbij belangrijk. Eén los signaal zegt niet altijd iets over pijn, maar meerdere veranderingen samen kunnen aanleiding zijn om verder te kijken.
Afwerend gedrag kan een pijnreactie zijn
Een hond met pijn kan zich afwerend gedragen. Grommen, happen of bijten kan bijvoorbeeld optreden wanneer iemand hem benadert of aanraakt. Dat gebeurt vooral wanneer een pijnlijke plek wordt geraakt of wanneer de hond ligt te rusten.
Vaak geeft een hond vooraf al signalen. Hij kan wegkijken, verstijven of strak staren. Wanneer die signalen niet worden herkend, kan de hond het op een andere, heftigere manier duidelijk maken.
Grommen is belangrijke informatie: de hond laat zien dat een situatie voor hem niet prettig is. Straf een hond daarom niet voor grommen. Het is belangrijker om te onderzoeken waarom hij zo reageert.

Als je hond ineens niet meer wil bewegen
Een verandering in hoe een hond beweegt, is een belangrijk signaal om serieus te nemen.
Let bijvoorbeeld op een hond die:
- tijdens het wandelen plotseling stopt;
- minder ver wil lopen;
- moeite heeft met opstaan;
- anders gaat zitten of liggen;
- een bepaalde beweging niet meer wil maken;
- niet meer in de auto wil springen;
- traplopen vermijdt;
- niet meer op de bank wil springen;
- voorzichtig of anders gaat lopen;
- tijdens het lopen regelmatig van tempo of houding verandert.
Sommige veranderingen zijn heel subtiel. Een hond kan bijvoorbeeld nog wel wandelen, maar kortere passen maken of vaker stilstaan.
Tijdens het trainen kunnen lichamelijke klachten eveneens zichtbaar worden. Een hond die ineens niet meer wil zitten, rennen, draaien of een andere bekende oefening uitvoeren, kan dit doen omdat een bepaalde beweging ongemakkelijk of pijnlijk is. Een verandering in hoe een hond beweegt of reageert op een bekende oefening kan daarom een lichamelijk signaal zijn.
Ineens onzindelijk
Ontstaat onzindelijkheid plotseling, gaat een zindelijke hond ineens weer binnen plassen of verandert de plek waar hij plast? Laat dan eerst een lichamelijke oorzaak uitsluiten.
Een urineweginfectie kan zorgen voor een sterke aandrang om te plassen, vaker kleine beetjes plassen, moeite of pijn bij het plassen en ongelukjes in huis. Blaasstenen, nierproblemen, hormonale aandoeningen en andere lichamelijke problemen kunnen eveneens veranderingen in het plasgedrag veroorzaken.
Bij sommige honden valt vooral op dat ze ineens op plekken plassen waar ze dat eerder nooit deden. Plassen op de bank of op het bed kan daarom ook een signaal zijn dat er iets veranderd is. Een zachte ondergrond kan aantrekkelijk zijn wanneer een hond veel aandrang heeft of zich lichamelijk niet prettig voelt.
Pijn kan hierin een rol spelen. Een hond met pijn aan spieren of gewrichten kan minder graag bewegen en daardoor minder makkelijk naar buiten gaan. Vooral bij oudere honden met langdurige pijn aan het bewegingsapparaat kan dat meespelen.
Soms is er een combinatie van factoren. Een hond kan bijvoorbeeld door een lichamelijk probleem vaker moeten plassen en vervolgens leren dat plassen in huis mogelijk is. Het gedrag kan daardoor blijven bestaan, ook nadat de oorspronkelijke lichamelijke oorzaak is behandeld.
Let op andere veranderingen, zoals:
- vaker kleine beetjes plassen;
- duidelijk langer hurken of persen;
- moeite hebben met plassen;
- vaker aan de geslachtsdelen likken;
- opvallend veel drinken;
- urine met een andere kleur of geur;
- onrust voor of na het plassen;
- ineens ’s nachts in huis plassen.
Bij zulke veranderingen is een beoordeling door de dierenarts belangrijk. Zeker wanneer een hond moeite heeft om te plassen of helemaal geen urine kan produceren, is snelle medische beoordeling nodig.
Soms wordt een hond juist aanhankelijker
Niet iedere hond met pijn trekt zich terug. Sommige honden zoeken juist meer contact met hun eigenaar. Ze willen vaker bij je liggen, volgen je door het huis of vragen opvallend veel aandacht. Dat kan een manier zijn om steun te zoeken wanneer een hond zich niet prettig voelt.
Het gedrag kan vervolgens een gewoonte worden. Een hond kan ontdekken dat bepaald gedrag extra aandacht oplevert en dit blijven doen, ook wanneer de oorspronkelijke pijn inmiddels is behandeld.
Vreemd gedrag kan een lichamelijke oorzaak hebben
Sommige gedragingen lijken op het eerste gezicht vreemd, dwangmatig of simpelweg aangeleerd. Toch kan er lichamelijk ongemak achter zitten.
- Een voorbeeld is sterrenstaren. Een hond brengt zijn hoofd omhoog, strekt zijn nek en staart naar het plafond of de lucht. Bij een hond met dit gedrag werden maagproblemen en terugstromend maagzuur vastgesteld. Nadat deze problemen waren behandeld, verdween ook het sterrenstaren.
- Naar onzichtbare vliegen happen (fly snapping) kan samenhangen met een lichamelijk probleem. In een onderzoek bij zeven honden met dit gedrag werd bij alle honden een medische oorzaak gevonden. Het ging onder meer om maag-darmproblemen, vertraagde maaglediging, terugstromend maagzuur en een afwijking aan de schedel en nek. Na behandeling verbeterde het gedrag bij 86 procent van de honden. Bij 57 procent was het binnen een maand volledig verdwenen.
- Overmatig likken van oppervlakken, zoals de vloer, meubels of de muur, is eveneens beschreven bij honden met verschillende maag-darmaandoeningen. Na behandeling was het gedrag bij 59 procent van de honden na drie maanden duidelijk verbeterd.
Nieuw, opvallend of moeilijk te verklaren gedrag verdient nader onderzoek.
De darm en de hersenen staan met elkaar in contact
De relatie tussen lichaam en gedrag gaat verder dan pijn. De darmen kunnen eveneens een rol spelen. De darm en de hersenen communiceren voortdurend met elkaar. Dat noemen we de darm-brein-as. Bij die communicatie zijn onder andere het zenuwstelsel, hormonen, het afweersysteem en de bacteriën in de darm betrokken.

De miljarden micro-organismen in de darm – samen het darmmicrobioom – doen meer dan alleen helpen bij de spijsvertering. Ze produceren verschillende stoffen en beïnvloeden processen in het lichaam. Daardoor kunnen veranderingen in de darm mogelijk gevolgen hebben voor processen die met gedrag en emoties te maken hebben.
Bij honden wordt hier steeds meer onderzoek naar gedaan. Er zijn aanwijzingen voor een verband tussen het darmmicrobioom en gedrag, waaronder angst en reactief gedrag.
Tegelijkertijd is nog niet duidelijk welke veranderingen oorzaak en welke het gevolg zijn. Dat onderscheid is belangrijk. Een hond met stress kan bijvoorbeeld veranderingen in zijn darmen krijgen. Veranderingen in de darm kunnen mogelijk eveneens invloed hebben op hoe een hond met stress omgaat.
De darm-brein-as is daarom interessant en kan een mogelijke verklaring zijn voor gedragsverandering.
Van darm naar huid: de darm-huid-as
De huid staat niet op zichzelf. Er is een voortdurende wisselwerking tussen de huid, het afweersysteem en de darm. Dit wordt ook wel de darm-huid-as genoemd.
De huid heeft, net als de darm, een eigen microbioom. Via het immuunsysteem en verschillende signaalstoffen kunnen de darm en de huid elkaar beïnvloeden.
Bij honden wordt hier nog volop onderzoek naar gedaan. Toch is het een interessant perspectief bij honden die meerdere klachten tegelijk hebben, bijvoorbeeld jeuk én maag-darmproblemen. Een hond met veel jeuk kan voortdurend krabben, likken of bijten aan zijn huid. Jeuk kan een hond bovendien onrustig maken en zijn slaap verstoren. Een hond die voortdurend ongemak ervaart, kan daardoor prikkelbaarder worden.
Daarmee ontstaat een keten:
Lichamelijk ongemak → slechter slapen en meer stress → ander gedrag.
Niet iedere huidklacht ontstaat vanuit de darmen. Parasieten, allergieën, infecties, hormonale problemen en andere aandoeningen kunnen bijvoorbeeld eveneens jeuk veroorzaken. Wanneer een hond zowel huid- als maag-darmklachten heeft, is het verstandig om naar het hele plaatje te kijken in plaats van iedere klacht afzonderlijk te behandelen.
Voeding speelt een belangrijke rol
Wie naar de darmen kijkt, kan voeding niet overslaan.
Voeding levert niet alleen energie. Wat een hond eet, heeft invloed op de spijsvertering, de ontlasting, het lichaamsgewicht en het darmmicrobioom. Daarmee is voeding een belangrijke factor binnen de gezondheid van de darm, huid en het hele lichaam.
Een goede voeding kan gezondheidsproblemen niet allemaal voorkomen en is zeker geen directe oplossing tegen gedragsverandering. Maar voeding die niet goed aansluit bij de behoeften van een hond kan wel bijdragen aan lichamelijk ongemak.
Denk bijvoorbeeld aan een hond met terugkerende maag-darmklachten of een hond met een voedselgerelateerde aandoening. Als zo’n hond zich voortdurend ongemakkelijk voelt, kan dat uiteindelijk eveneens zichtbaar worden in zijn gedrag.
Het lichaamsgewicht telt zeker mee. Overgewicht belast onder andere de gewrichten en kan daardoor bijdragen aan pijn en bewegingsproblemen. Een gezond gewicht is daarom belangrijk voor meer dan alleen de conditie van een hond.
Bij een hond met terugkerende huid- of maag-darmklachten is het verstandig een dierenarts en/of voedingsdeskundige te raadplegen.
Soms versterken verschillende problemen elkaar
Een hond hoeft niet één duidelijke oorzaak te hebben voor een gedragsverandering.
Stel: een hond heeft jeuk. Daardoor slaapt hij slecht. Hij wordt prikkelbaarder en reageert sneller op andere honden. Tegelijk heeft hij last van zijn gewrichten, waardoor aanraking minder prettig is. Misschien heeft hij daarnaast maag-darmklachten en voelt hij zich regelmatig misselijk.
Voor de eigenaar kan dat eruitzien als één groot gedragsprobleem.
In werkelijkheid kunnen er meerdere lichamelijke factoren tegelijk spelen. Daarom is het belangrijk om niet te snel één verklaring te kiezen.
Let op de kleine signalen
Niet iedere hond laat pijn duidelijk zien. Soms zijn de veranderingen zo subtiel dat ze nauwelijks opvallen.
Let bijvoorbeeld op:
- steeds van houding of poot wisselen;
- plotseling stoppen tijdens het lopen;
- anders gaan zitten of liggen;
- moeite hebben met opstaan;
- angst voor gladde vloeren en daar niet meer op durven lopen;
- niet meer op de bank of in de auto willen komen;
- moeite met traplopen;
- aarzelen tijdens het poepen of plassen;
- veel likken, krabben of knabbelen aan één plek;
- rusteloosheid;
- meer angst;
- vaker steun zoeken bij de eigenaar;
- veel gapen;
- zich opvallend vaak uitrekken;
- regelmatig het hele lichaam schudden;
- overmatig likken van mensen of andere dieren;
- bij alleen thuis zijn, vernielzucht;
- ’s nachts de eigenaar wakker maken;
- plotselinge bezitsagressie;
- plotselinge felle reacties naar mensen en/of andere honden.
Sommige van deze signalen kunnen eveneens bij andere lichamelijke problemen of normale situaties voorkomen. Een verandering ten opzichte van wat normaal is voor jouw hond is daarom belangrijk om verder te onderzoeken.
Pijn hoeft niet de oorzaak te zijn om toch belangrijk te zijn
Soms bestond het gedragsprobleem al voordat de hond pijn kreeg. De pijn kan het gedrag vervolgens versterken.
Een hond die al onzeker is, kan bijvoorbeeld veel sneller reageren wanneer hij daarnaast pijn heeft. Een hond die bang is voor andere honden kan minder tolerant worden wanneer bewegen of aanraken pijn doet.
Het omgekeerde kan eveneens een rol spelen. Langdurige angst en spanning kunnen de manier waarop een hond lichamelijke prikkels ervaart beïnvloeden. Daarom moeten lichamelijke en gedragsmatige problemen waar nodig tegelijk worden aangepakt. Dit kan door hulp van een dierenarts in samenwerking met een gekwalificeerde gedragsdeskundige.
Kijk naar de hele hond
Bij een plotselinge gedragsverandering is het verleidelijk om meteen naar training te kijken. Heeft de hond meer structuur nodig? Moet hij anders leren reageren? Soms kán training inderdaad onderdeel van de oplossing zijn.
Toch is het belangrijk om eerst te kijken of er lichamelijk iets is veranderd. Pijn, jeuk, maag-darmproblemen, problemen met plassen, voeding, lichaamsgewicht en het algemene welzijn kunnen allemaal relevant zijn.
Dat betekent niet dat ieder gedragsprobleem lichamelijk is. En zeker niet dat voeding of het darmmicrobioom de oorzaak van ieder probleem vormt. Het betekent wél dat een gedragsverandering niet automatisch als een trainingsprobleem moet worden gezien.
Een dierenarts kan onderzoeken of pijn of een andere lichamelijke aandoening een rol speelt. Wanneer pijn wordt vermoed, kan behandeling soms ook informatie geven: verandert het gedrag wanneer de pijn wordt aangepakt, dan is dat een belangrijke aanwijzing.
Gedrag is informatie
We zijn geneigd gedrag te beoordelen als goed of fout, gewenst of ongewenst. Bij honden is gedrag vaak echter ook informatie.
Kijk daarom bij een gedragsverandering niet alleen naar wat je hond doet, maar ook naar wat zijn lichaam je probeert te vertellen. Door naar de hele hond te kijken, vergroot je de kans dat je de werkelijke oorzaak van de verandering vindt – en daarmee ook de kans dat je hem echt kunt helpen.
Bronnen
- Mills, D.S., Demontigny-Bédard, I., Gruen, M., Klinck, M.P., McPeake, K.J., Barcelos, A.M., Hewison, L., Van Haevermaet, H., Denenberg, S., Hauser, H., Koch, C., Ballantyne, K., Wilson, C., Mathkari, C.V., Pounder, J., Garcia, E., Darder, P., Fatjó, J. & Levine, E. (2020). Pain and Problem Behavior in Cats and Dogs. Animals, 10(2), 318.
- Frank, D., Bélanger, M.C., Bécuwe-Bonnet, V. & Parent, J. (2012). Prospective medical evaluation of 7 dogs presented with fly biting. Canadian Veterinary Journal, 53(12), 1279–1284.
- Bécuwe-Bonnet, V., Bélanger, M.C., Frank, D., Parent, J. & Hélie, P. (2012). Gastrointestinal disorders in dogs with excessive licking of surfaces. Journal of Veterinary Behavior, 7(4), 194–204.
- Poirier-Guay, M.P., Bélanger, M.C. & Frank, D. (2014). Star gazing in a dog: Atypical manifestation of upper gastrointestinal disease. Canadian Veterinary Journal, 55(11), 1079–1082.
Credits
Dit artikel is geschreven door Marjan Baas-Huisman, LFDM®, KAD-AP®, Professional Member APDT en gedragsdeskundige The Art of Dog Training-Nederland.










