Inleiding
Veel mensen denken dat giardia een ‘ver-van-mijn-bedshow’ is. Mensen associëren het vaak met broodfokpuppy’s en buitenlandse honden. Dat is niet terecht, want iedere hond kan in theorie besmet raken. Uit wetenschappelijk onderzoek ( et al, 2024) blijkt dat 5-10% van de huishonden besmet is. In kennels, asielen en groepshuisvesting is dat zelfs 25-45% en in sommige studies wordt zelfs gesproken over 65% bij jachthonden.
Hoe zit dat nu precies? Hieronder hebben we de 10 meest gestelde vragen beantwoord.

1. Wat is Giardia?
Giardia is een eencellige parasiet die behoort tot de familie van de diplomonaden en bestaat uit 8 verschillende genotypes, A t/m H. Bij honden treffen we meestal genotype C en D aan. Genotype A komt zowel bij mensen als dieren voor en is dan dus ook overdraagbaar van hond op mens, echter komt dit maar bij 1-5% van de besmette honden voor.
De giardiaparasiet heeft twee levensstadia: de cyste en de trofozoïet. De levenscyclus van giardia ziet er als volgt uit:
- De cyste is de overlevingsvorm van de parasiet. Buiten het lichaam overleeft de giardia parasiet als cyste tot deze wordt opgenomen in het lichaam. Via de bek van de hond komt de cyste het lichaam binnen en verplaatst zich naar de darmen.
- De trofozoïet beweegt zich actief en voedt zich in het maagdarmkanaal. Door de zuurtegraad in de maag verdwijnt de cystewand langzaam. Eenmaal in de darmen aangekomen, zijn er per cyste 2 trofozoïeten vrijgekomen. Deze trofozoïeten hechten zich met een soort zuignappen aan de darmwand van de dunne darm. Daar beginnen ze zich te vermenigvuldigen.
- Wanneer de parasieten in de dikke darm aankomen, vormen ze weer een beschermlaag om zich heen waardoor ze transformeren naar cyste. Ze worden in deze vorm uitgescheiden met de ontlasting. De cyste kan buiten de gastheer maanden overleven, zeker in een natte omgeving bij zacht weer. Daardoor blijft giardia helaas een veel voorkomende parasiet in de omgeving.

2. Hoe kun je giardia herkennen?
- Vaak wordt de focus op diarree als enige symptoom gelegd, maar diarree hoeft niet altijd aanwezig te zijn, giardia kan ook aanwezig zijn bij een gewoon stevige ontlasting. Wanneer er wel diarree aanwezig is, kan de frequentie wisselend zijn. De hond hoeft dus niet voortdurend diarree te hebben. De diarree kan ook ontzettend stinken en er groen uitzien. Soms wordt er ook slijm of bloed gezien.
- Daarnaast kunnen er ook andere symptomen zijn, zoals bijvoorbeeld gedragsproblemen. Jeuk, plotselinge onzindelijkheid, een slechte eetlust, futloosheid, verminderde concentratie, onbereikbaar zijn, moeite om rust te pakken, snel gefrustreerd en/of een verhoogde prikkelgevoeligheid. Zie vraag 4 voor meer toelichting.
- En laten we de pups die mega druk zijn en/of hyper- en bijtgedrag vertonen niet vergeten! Enerzijds kunnen pups ontzettend ziek worden van giardia. We hebben pups gezien die echt opgenomen moesten worden bij de dierenarts. En anderzijds zijn er pups en honden die er totaal geen last van hebben en ook geen klachten laten zien. En dus alles wat er tussenin zit.
Bij sommige gevallen wordt er later ook een diagnose zoals chronische darmontsteking (IBD) gesteld, al is het verband hierin complex en kunnen meerdere factoren hierin een rol spelen.
Wij zijn er daarom voorstander van om pups met regelmaat te testen, ook als ze (nog) geen klachten hebben. Juist om er in die gevallen vroeg bij te zijn en op tijd het lichaam te kunnen ondersteunen indien nodig.
3. Hoe stelt een dierenarts de diagnose?
Door middel van ontlastingsonderzoek. Dit kan op verschillende manieren getest worden.
- Onder de microscoop. Daar zoekt de dierenarts dan naar cyste (of trofozoieten) in de ontlasting. Het lastige hierbij is dat giardia intermittent wordt uitgescheiden. Dat betekent dat het niet in elke ontlasting zit, maar ook niet gelijk verspreid door de
ontlasting. Wij adviseren daarom om áltijd een mengstaal van 3 dagen ontlasting in te leveren bij giardia onderzoek om de kans dat je de giardia mist, zo klein mogelijk te maken. - Via een antigeentest (snaptest of ELISA test). Deze test detecteert niet de hele parasiet zelf (zoals bij microscopie), maar kleine stukjes ervan: zogenaamde antigenen. Dat zijn eiwitdeeltjes die afkomstig zijn van de giardia-parasiet en die in de
ontlasting worden uitgescheiden. Het grote voordeel van een antigeentest is dat er geen zichtbare parasiet nodig is om toch een besmetting aan te tonen. De test kan dus ook positief uitvallen op momenten waarop er weinig of geen cysten zichtbaar
zijn. Daardoor is een antigeentest vaak gevoeliger en betrouwbaarder dan alleen microscopie, zeker bij honden die al langer of mild besmet zijn. De snaptest kan een dierenarts of eigenaar zelf doen. Hiervoor is bijvoorbeeld de Fassisi test beschikbaar. Een elisa-test wordt in een laboratorium gedaan en is daardoor wat nauwkeuriger dan een snaptest. Ook hierbij adviseren wij om een mengstaan van 3 dagen ontlasting in te leveren om de kans op een vals-negatieve uitslag zo klein mogelijk te houden. - Dan is er nog een DNA test. De meest gevoelige en technisch geavanceerde methode om giardia op te sporen bij honden, ook wel een PCR-test genoemd. Deze test detecteert niet de hele parasiet of een stukje eiwit (zoals bij een antigeentest), maar spoort het genetisch materiaal van giardia op in de ontlasting van de hond. Het voordeel hiervan is de hele hoge gevoeligheid, maar het nadeel is dat DNA nog enkele maanden uitgescheiden kan worden, ook al is de giardia besmetting niet meer aanwezig in de darmen. Ontlasting kan eventueel ook opgestuurd worden naar VPL ‘t Woud. Zij kunnen ook
microscopisch onderzoek of een snaptest doen.
4. Welke gedragsproblemen zie je bij honden met giardia?
Dit kan heel erg uiteen lopen. Hoofdzakelijk hypergedrag. Denk hierbij aan overmatig bijtgedrag bij pups. Maar ook honden die snel overprikkeld zijn, zich moeilijk kunnen concentreren, reactiviteit, snel gefrustreerd. Maar ook plotseling binnen plassen, minder zin om te eten of lusteloosheid.
We weten dat de darmen en hersenen direct met elkaar in verbinding staan, waardoor de darmen invloed kunnen hebben op het gedrag van de hond. Tussen de darmen en de hersenen loopt een soort “telefoonkabel” die we de nervus vagus noemen, ookwel de darm-hersen as. Deze as heeft een aantal functies:
- reguleren van de spijsvertering
- reguleren van de eetlust
- reguleren van emoties en stemmingen
- reguleren van het immuunsysteem
De nervus vagus is het communicatiemiddel tussen de hersenen en de darmen. 80% van deze communicatie gaat zelfs van de darmen NAAR de hersenen. Daarom worden de darmen ook wel de 2de hersenen genoemd. De nervus vagus is ook onderdeel van het autonome zenuwstelsel en speelt een belangrijke rol bij het reguleren van het stress systeem in het lichaam. Wanneer de hersenen vanuit de darmen een signaal van stress doorkrijgen, kan dit zorgen voor het verminderen van eetlust of het overmatige bijtgedrag wat de bij pups wel zien. Maar ook het fight-flight systeem van een hond kan geactiveerd worden. Dat beïnvloed emoties waardoor we angst of agressie kunnen gaan zien in het gedrag.
Je kunt je dus misschien voorstellen dat wanneer de darmen niet goed in balans zijn door bijvoorbeeld ontstekingen of een leaky gut, dit een negatieve invloed heeft op de communicatie richting de hersenen en dit dus ook invloed gaat hebben op het gedrag van de hond. Wanneer er een opname probleem in de darmen is ontstaan, kunnen er op langere termijn tekorten ontstaan in vitaminen en mineralen. Ook dit zorgt voor stress in de darmen en organen, want dit heeft invloed op hun functioneren. We komen dan in dezelfde kettingreactie terecht, waarbij de tekorten kunnen zorgen voor gedragsproblemen via de darm-hersen-as.
5. Hoe raken honden besmet en hoe besmettelijk is het?
Honden kunnen besmet raken met giardia door opname van de cyste via de bek. Dit gebeurt meestal via contact met besmette ontlasting, maar ook via gras, water, speeltjes, voerbakken of poten/vacht waarop de cyste aanwezig zijn.
Omdat deze cysten in een vochtige omgeving enige tijd kunnen overleven en honden met hun neus en bek werken, kan besmetting relatief makkelijk plaatst vinden, vooral op plekken waar meerdere honden samenkomen. Honden kunnen elkaar dus ook besmetten door met elkaar te spelen.
Voorkomen dat je hond giardia krijgt is erg moeilijk. Giardia zit overal in de omgeving. En zeker omdat ontlasting zo slecht wordt opgeruimd over het algemeen, kun je het eigenlijk niet ontlopen. Toch adviseren wij wel om besmette honden zoveel mogelijk weg te houden bij andere honden. Om zo in ieder geval te voorkomen dat jóuw hond een andere hond besmet. En dan zijn er natuurlijk ook honden zonder symptomen, die wel giardia kunnen hebben en ook andere honden kunnen besmetten tijdens het spelen zonder dat iemand er weet van heeft.
Voorkomen is dus haast niet mogelijk. Wat wél kan is zorgen dat de weerstand van jouw hond zo goed mogelijk is. Daarmee is dan het doel zorgen dat het lichaam van jouw hond dusdanig sterk is, dat deze bij een besmetting de giardia zelf weer weg kan werken.
6. Kunnen alle honden het krijgen?
Heel kort? Ja!
Giardia zien we vooral bij honden onder de 1 jaar, bij de senioren óf bij de volwassen honden met een slechte(re) weerstand. Honden waarbij de darmgezondheid nog in ontwikkeling is of waarbij er een disbalans aanwezig is of andere medische issues. Een van de dierenartsen waar wij intensief mee samenwerken ziet ook dat bij honden ouder dan 6 maanden met een giardia besmetting, er onderliggend eigenlijk bijna altijd meer aan de hand is waardoor de giardia zich makkelijk kan handhaven in de darm.
7. Hoe ziet de behandeling er uit?
Bij de aanpak van giardia is de samenwerking tussen eigenaar, dierenarts en voedingsdeskundige erg belangrijk. Iedere hond reageert anders en daarom bestaat er niet 1 standaard aanpak die voor iedere situatie passend is.
- De dierenarts speelt een belangrijke rol in het stellen van de diagnose, het beoordelen van de algehele gezondheid van de hond en het inzetten van medische behandeling wanneer dit nodig wordt geacht. Ook kan de dierenarts aanvullend onderzoek uitvoeren wanneer klachten aanhouden of wanneer er sprake lijkt van bijkomende darmproblemen of andere gezondheidsklachten. Denk bijvoorbeeld aan bloedonderzoek.
- De voedingsdeskundige richt zich op ondersteunende begeleiding rondom de voeding, darmgezondheid en het microboom. Hierbij kan gekeken worden naar factoren zoals verteerbaarheid van de voeding, belastende prikkels voor de darmen, ondersteuning van de darmgezondheid en algemene ondersteuning tijdens en na een giardia besmetting.
- De eigenaar speelt vervolgens een centrale rol in de uitvoering. Denk aan hygiënemaatregelen, het observeren van veranderingen in gedrag en ontlasting, het opvolgen van adviezen en het creëren van rust en regelmaat tijdens het herstelproces. Juist die combinatie van medische begeleiding, ondersteuning van darmgezondheid en consequente dagelijkse zorg maakt dat er gekeken kan worden naar het totaalplaatje van de hond in plaats van alleen naar de parasiet zelf.
Maatwerk
Ik vind het zelf bijvoorbeeld ook erg fijn om met de dierenarts af te stemmen welke giardia-aanpak passend is bij de casus. Soms is reguliere medicatie bijvoorbeeld niet nodig of niet passend in de situatie en kan de focus beter gelegd worden op het sterker maken van de darmen en het herstellen van het microbioom. En soms moet de focus juist helemaal niet op de giardia liggen, omdat deze secundair is aan andere problemen. Dan is het dus belangrijk om eerst het andere probleem aan te pakken.
Zo kunnen we vanuit 2 kanten de hond de beste ondersteuning bieden.
Niet iedere hond met een positieve test heeft automatisch reguliere behandeling nodig. De interpretatie van testuitslagen blijft afhankelijk van de klachten, leeftijd, algemene gezondheid en het totaalplaatje van de hond. In sommige gevallen ligt de focus meer op ondersteuning van de darmgezondheid.
Vaak begint een behandeling vanuit de dierenarts direct met panacur. Welk schema hiervoor wordt ingezet is wisselend. Hierbij kijkt de dierenarts ook naar bijvoorbeeld de ernst van de klachten, duur van de besmetting e.d.
Met enige regelmaat zien we ook dat er voor antibiotica gekozen wordt, meestal metronidazol. Maar recent onderzoek (2025) laat zien dat het gebruik van metronidazol bij jonge honden met acute maag-darmontsteking het risico op het ontwikkelen van chronische darmproblemen of klachten op latere leeftijd aanzienlijk vergroot. Dat betekent niet dat metronidazol “altijd fout” is. Maar het laat wel zien dat de inzet ervan goed overwogen moet worden en niet “zomaar” nog geprobeerd moet worden. Zeker bij een jong, nog ontwikkelend darm- en immuunsysteem. Als je bedenkt dat giardia vaak voorkomt bij jonge honden, en dat de klachten vaak al wijzen op een darm die niet stabiel is, dan wordt duidelijk waarom “nog even metronidazol proberen” geen onschuldige tussenstap is.
Giardia vraagt om meer dan alleen een middel. Het vraagt om aandacht voor de darmwand, de flora, de vertering en het immuunsysteem als geheel.
8. Waarom is het zo moeilijk om ervan af te komen?
Dat wisselt heel erg. Sommige honden komen van de giardia af met alleen wat lichte darmondersteuning (zonder medicatie), andere zijn er met 1 kuurtje panacur vanaf, en weer anderen lijken chronisch besmet te zijn.
Echter bij deze laatste gevallen heeft de ervaring geleerd dat er dus eigenlijk altijd onderliggend meer meespeelt waardoor de giardia blijft zitten. Zo heb ik bijvoorbeeld 1 hond in begeleiding op dit moment die inmiddels klachtenvrij is, maar wel nog positief test op
giardia. Bij deze hond is het vitamine B12 gehalte niet goed. Daarmee zijn we nu dus samen met een dierenarts aan de slag om dit aan te pakken.
Maar ik heb ook honden in begeleiding gehad waarbij we dus eerst een onderliggende disbalans in de darmen moesten ondersteunen vóórdat de giardia testen negatief werden. Een echt chronisch besmette hond waarbij de giardia echt niet wegging, zijn we binnen onze groepspraktijk gelukkig nog niet tegengekomen!
9. Welke rol speelt voeding?
Voeding speelt een belangrijke ondersteunende rol bij honden met giardia. Vooral omdat giardia niet alleen invloed heeft op de parasietbelasting zelf, maar ook op de darmwand en darmflora. Bij veel honden raakt de darm door de besmetting (tijdelijk) gevoeliger, waardoor klachten als wisselende ontlasting, slechte opname van voedingsstoffen of buik gevoeligheid kunnen ontstaan.
Een passende voeding kan helpen om de darm zo min mogelijk extra te belasten en het herstelproces te ondersteunen. Daarbij wordt gekeken naar factoren zoals verteerbaarheid, reactie van de hond op bepaalde ingrediënten en de algemene conditie van het
maag-darmstelsel. En wat voor de een werkt, kan voor de ander totaal niet passend zijn.
Er wordt op social media vaak geroepen dat honden met giardia géén koolhydraten mogen, omdat de giardia zich daarmee voedt. Maar er zijn ook hele goede functionele koolhydraten die de darmen juist kunnen ondersteunen. Dus zo zwart-wit is het niet.
Of dat een hond die KVV eet geen giardia kan krijgen. Nog zoiets wat niet per definitie waar is. We zien ook honden die KVV eten en toch giardia krijgen.
Tegelijkertijd is voeding zelden een ‘oplossing op zichzelf’. Een hond kan bijvoorbeeld tijdelijk betere ontlasting krijgen op een bepaalde voeding, terwijl de darm nog steeds herstellende is of de giardia nog aanwezig is. Andersom kan een hond na een behandeling nog een periode wisselende ontlasting of gevoelige darmen houden, terwijl de parasiet al verdwenen. Juist daarom is het belangrijk om voeding altijd te bekijken als onderdeel van het totaalplaatje, samen met diagnostiek, medische begeleiding, hygiëne en herstel van de darmgezondheid.
10. Wat gebeurt er als giardia niet behandeld wordt?
Wanneer giardia langere tijd aanwezig blijft, kan dit bij sommige honden leiden tot aanhoudende belasting van het maag-darmstelsel. Giardia hecht zich aan de darmwand en kan daar irritatie en verstoring van de normale darmfunctie veroorzaken. Hierdoor kunnen
klachten ontstaan zoals eerder besproken.
Bij een deel van de honden lijkt de darmwand door langdurige irritatie gevoeliger of meer doorlaatbaar te worden. In de praktijk wordt dan vaak gesproken over een “leaky gut” waarbij de darmbarrière minder goed functioneert. Dit is geen officiële diagnose op zichzelf, maar een term die gebruikt wordt om de verstoring van de darmbarrière te beschrijven.
Daarnaast kan langdurige darm belasting invloed hebben op de darmflora, het immuunsysteem en het algemene herstelvermogen van de hond. Sommige honden blijven hierdoor gevoeliger reageren op voeding, stress of andere prikkels, zelfs nadat de giardia uiteindelijk is verdwenen.
Ernstige complicaties of overlijden door giardia komen bij gezonde volwassen honden gelukkig niet vaak voor. Maar jonge pups, verzwakte honden of honden met onderliggende gezondheidsproblemen kunnen wel ernstiger ziek worden door uitdroging, slechte opname van voedingsstoffen en langdurige darmontregeling. Daarom is het belangrijk om klachten en aanhoudende besmettingen serieus te nemen en goed te begeleiden.
Referenties
- Gastrointestinal parasites in young dogs and risk factors associated with infection – PMC
- Lack of efficacy of fenbendazole against Giardia duodenalis in a naturally infected population of dogs in France – PMC
- Prevalence of Giardia duodenalis in dogs and cats: Age-related predisposition, symptomatic, and asymptomatic cyst shedding – PMC
Credits
Dit artikel is geschreven door Dimphy van Halteren, Integraal & Orthomoleculair voedingsdeskundige voor honden bij HalDi Coaching. Dimphy heeft zich in haar werk volledig gefocust op giardia en is één van de initiatiefnemers van de informatie website www.giardiabijhonden.com. Ook deelt zij up to date informatie over dit onderwerp in de Facebookgroep Giardia bij honden.










