Welke invloed heeft ruimte op gedrag?

DrukteIn dit artikel:

  • Ruimte!
  • Zijn we ons bewust van de behoefte aan ruimte bij de hond?
  • Kunnen we aan de behoefte aan ruimte bij de hond voldoen?
  • Hoe kunnen we ze helpen?
  • Referenties
  • Credits

Ruimte!

Mijn hoofd wordt rood. Wat heb ik het warm. De elleboog in mijn zij voelt onprettig en de niet-zo-fris-ruikende oksel die erbij hoort, begint op mijn gevoelige neus én zenuwen te werken. Terwijl het treinstel over de wissels dendert, word ik met mijn -veel te grote aantal- medereizigers op het treinbalkon heen en weer geslingerd. Iemand verliest bij de deur aan de overkant zijn evenwicht, valt tussen drie mensen in, die op hun beurt een domino-effect veroorzaken….In een rijtje wordt het tegen elkaar aanstoten doorgegeven, tot ik met de andere mensen bij deze deur de bewegingsgolf opvang. In een hoek klinkt gedempt gevloek. We zijn er bijna, denk ik, terwijl ik door het raampje van de treindeur kijk of het perron in zicht is… Uitkijkend naar frisse lucht en vooral….ruimte!

In onze hedendaagse samenleving, met veruit de meesten van ons levend in stedelijke omgevingen, vragen we veel van ons vermogen tot samenleven. We leven -soms letterlijk- dicht opeen gepakt, en moeten van elkaar veel incasseren. Eigen en ongestoorde ruimte is niet altijd beschikbaar. Het gevolg: irritatie, ongemak, onrust en soms… agressie. Als mens zijn we meestal vrij om op zulke momenten oplossingen te vinden. We besluiten niet mee te reizen in een overvolle trein, gaan in alle vroegte de snelweg op of kiezen een verlaten bosweg uit voor een heerlijk stille wandeling…voor de geluksvogels onder ons alleen en toch samen…met de hond.

Met die boswandeling doen we óók de hond een groot plezier. Honden zijn voor zoveel zaken van ons afhankelijk. Ook voor het krijgen van de zo noodzakelijke adem- en leefruimte. We vragen veel van onze trouwste kameraad, als we hem in de volle samenleving laten meedraaien. Iets waarover we regelmatig niet genoeg nadenken. Zijn we ons voldoende bewust van hún behoefte aan ruimte? En kunnen we aan de behoefte voldoen? Hoe kunnen we ze helpen niet te verzuipen in onze dichtbevolkte gebieden.

Te druk

Foto’s Ineke van Herwijnen: de drukte van een evenement, veel honden en mensen op elkaar gepakt.

Zijn we ons bewust van de behoefte aan ruimte bij de hond?

Als we willen bepalen welke behoefte aan ruimte onze hond heeft, hebben we een uitdaging. Voor onze hond is het lastig een ‘reference specie’ te vinden die op hem lijkt en ‘natuurlijk’ leeft. Wolven leven op verschillende plekken verschillende levens en zijn niet gedomesticeerd. Community dogs of verwilderde honden leven soms zo uitgedaagd of beperkt door menselijke invloeden, dat ze mogelijk niet hun full-range natuurlijke gedrag tonen. Singing dogs? Dingo’s? Van die laatste, weten we dat ze territoria aanhouden, waarbinnen indringers in principe niet welkom zijn. Onderzoeksgegevens verschillen, maar in een van de onderzoeken worden territoria genoemd van 44 tot 113 vierkante kilometer. In uitermate gunstige omstandigheden kan er sprake zijn van overlap van delen van territoria.

Dingo

Foto: Dingo’s hebben grote leefgebieden.

Maar liever heeft de dingo de ruimte dus, tussen de ene en andere roedel. Waarbij met name afgezette geur aangeeft welke ruimte van wie is. Roedels komen elkaar zelden tegen. Laat de vierkante kilometers even op je inwerken. Amstelveen heeft een oppervlakte van 44 kilometer, Zwolle 111. Volgens het onderzoek zouden er in elk dus welgeteld één roedel kunnen leven! (Waarbij we er even vanuit gaan dat Zwolle voedselarmer is dan Amstelveen.) En hoeveel gezinnen met honden zijn daar? Een dingo kun je om heel veel verschillende redenen niet ‘zo maar’ vergelijken met onze honden. Maar maken wij het verschil in leefomgeving niet té groot?

Oppervlakte

Kunnen we aan de behoefte aan ruimte bij de hond voldoen?

Capra heeft op haar trainingslocatie in Italië aan honden bij ontmoetingen met mens en dier de ruimte gegeven. Wat blijkt? Veel honden kiezen vele tientallen meters ruimte als ze in een ontmoetingssituatie worden gebracht. Vanaf die veilige afstand nemen ze de situatie waar, nemen ze het in zich op en communiceren ze. Afhankelijk van hoe die communicatie verloopt, wordt de afstand al dan niet verkleind. Eventueel met tussentijds hernieuwd ruimte opzoeken. De honden die Capra op de locatie verwelkomt zijn van allerlei soort en type, maar zeker niet allemaal afwijkend van ‘gemiddeld’ hondengedrag. En het overgrote deel is ‘gewoon’ gezelschapshond, met een relatief goed tot goed doormaakte gevoelige periode… Daar zouden we als hondenliefhebber toch wel even van moeten schrikken. Want hoe vaak hebben we en geven we in Nederland tientallen meters ruimte aan een hond als die mens of hond ontmoet?

Hoe kunnen we ze helpen?

1. Ruimte op de meter

Bied de hond (en jezelf!) ruimte! Zoek plekken op in je omgeving waar je een wandeling kunt maken zonder iemand tegen te komen, waar je (bijna) niets anders hoort dan vogels, waar je echt de bloemen kunt ruiken, zonder een vleugje uitlaatgassen. Ze zijn er nog, die plekken. Ook in Nederland. En ze zijn het (op)zoeken waard.

Tips: Vroeg opstaan! Of in deze tijd van het jaar – juist met het laatste licht. En rond etenstijd zitten de meesten van ons aan tafel, of in de auto opgesloten: veel buitengebieden zijn dan relatief rustig.

2. Ruimte op de millimeter

Bied de hond (en jezelf!) ruimte! Met ‘op de millimeter’, bedoel ik de interactiesituaties waarin we de honden plaatsen, in het dagelijkse sociale verkeer van ontmoetingen met mens en dier. Situaties waarbij de hond behoefte heeft aan ruimte. Honden kunnen wel eens veel meer ruimte nodig hebben dan wij beseffen, omdat we zelf overgesocialiseerd zijn. Met z’n allen in een volgepakte trein staan is ook voor mensen onnatuurlijk. Toch kunnen we dat prima, zij het met ongemak, maar (de meesten van ons) zonder angst of frustratie. Daardoor vergeten we dat dit voor onze hond niet altijd opgaat. Bedenk ook dat sommige honden lijden in stilte. Honden die wel ongemak ervaren, maar het niet tonen door agressie of angst. En dat is voor een keertje echt niet erg, maar als het vaak voorkomt is het toch goed om weer even in te zien, dat wij voor die hond alles bepalen. Wat verantwoordelijkheid ten opzichte van het dier met zich meebrengt!

Tips: 1) Ruimte bieden doe je ook door met de jonge hond veel te gewennen en socialiseren, dit verlaagt prikkelgevoeligheid en verkleint de sociale ruimtebehoefte. Maar doe het onder begeleiding van een professional zodat je de hond in rust goede ervaringen laat opdoen. Goed doormaken van de gevoelige periode is een kunst! 2) Werk daarnaast in het dagelijks leven ruimte biedend. Als het even kan en je hond vindt een ontmoeting niet prettig, geef hem dan de afstand waar hij om vraagt. Kijk goed naar zijn gedrag, wanneer is hij comfortabel? Dat kan wel eens veel verder weg zijn van de prikkel dan jij denkt! Aan de riem kun je ook ruimte bieden. Gebruik obstakels (dat kan je zelf zijn), loop bijtijds een andere kant op, loop mee met ontspannen lijn als je hond vraagt weg te lopen van een prikkel. En onthoud: je hoeft niet altijd méér te vragen van je hond, te trainen, op te voeden of te oefenen. ‘Nu even niet’, kan ook voor de hond rust en ruimte geven.

Obstakels in de ruimte

Foto Ineke van Herwijnen: in de openbare ruimte zijn altijd wel obstakels aanwezig die in te zetten zijn. Denk o.a. aan bankjes, geparkeerde auto’s, struiken en hekwerken.

Obstakel

Foto Hugh Jansma: Ook een waterpartij kan als obstakel fungeren om afstand te nemen van bijvoorbeeld een andere hond.

3. Ruimte in keuzes

Match de hond qua erfelijke eigenschappen op je leefstijl maar ook je leefsituatie. De mate waarin honden sociaal- en prikkelgevoelig zijn – en dus ruimtegevoelig!! – verschilt al bij aanleg. Een goede socialisatieperiode en opvoeding zijn voor elke hond onontbeerlijk, maar het genetisch startpakket matchen op wat je van de hond gaat vragen, is dat ook!

Bedenk ook dat een jonge, actieve veedrijver of -hoeder zelf niet zal kiezen voor het flatje drie hoog achter. Om maar een voorbeeld te noemen. Denk vóór de aanschaf na over erfelijkheid. Hoe dol ik ook ben op honden met werkeigenschappen (en het werken met honden!), anno 2017 (informatie over populatiedichtheid: wikipedia.org/wiki/Population_density) móeten we nadenken of we nog wel (zo veel) honden mogen fokken die erfelijk hoog in werkeigenschappen zitten, terwijl er nog maar zo weinig werk en werkruimte voor hen is. Ik schrijf dit met moeite, en besef dat veel liefhebbers zoals ik, met weerstand deze alinea lezen. Maar liefhebben houdt ook in: beseffen wanneer je voor een ander een keuze maakt en niet voor jezelf. Ook als dat verdriet of verlies voor jouzelf, met zich meebrengt.

Tips: Heb je of wil je wel een actieve werkhond, denk dan niet alleen aan voldoende werk, maar ook aan voldoende rust door ruimte. Dat wil zeggen een echt prikkelarme omgeving waar de hond zijn oren, ogen en vooral ook neus tot rust kan laten komen. Wil je een actieve werkhond en woon je in een krappe omgeving, denk dan goed na over hoe je hem ruimte kunt bieden en wees net zo eerlijk naar de hond als naar jezelf. Is dit het moment in jouw leven dat je deze hond écht léven kunt bieden?

Referenties

HondenbeschermingCredits

Artikel door Ineke van Herwijnen, © Koninklijke Hondenbescherming 2017 voor Doggo.nl.

Reacties