Doggo.nl op Facebook Doggo.nl op Twitter Doggo.nl op YouTube

Doggo.nl
Seminar Daniel MillsAssociation for pet behaviour, coaching en trainingPraktijkspeurenSeminar Alexa Capra

Fysiotherapie bij honden

Fysiotherapie bij hondenIn dit artikel

  • Wat is dierfysiotherapie?
  • Indicaties voor dierfysiotherapie bij honden
  • Fysiotherapeutisch onderzoek
  • Behandelingstechnieken
  • Overige behandeltechnieken
  • Manipulaties
  • Effecten van een dierfysiotherapie behandeling
  • Erkend beroep
  • Vergoeding verzekeraar
  • Waar vind ik een dierfysiotherapeut?
  • In de media
  • Gerelateerde links op Doggo.nl
  • Reageer op dit artikel

Wat is dierfysiotherapie?

Dierfysiotherapie is vergelijkbaar met de humane fysiotherapie. Het verschil is dat een hond op vier poten staat in vergelijking tot ons mensen. De anatomie is redelijk overeenkomend.
Dierfysiotherapie kan worden toegepast wanneer dierenarts of eigenaar denken dat er een probleem van het bewegingsapparaat is, wat fysiotherapeutisch goed opgelost kan worden.

Fysiotherapie gaat dan ook hand in hand met andere disciplines. Dit om een zo breed mogelijk spectrum van professionals te krijgen, die het beste met jouw dier voor hebben. Dit zien we ook in de humane gezondheid, waar het nu de trend is om gezondheidscentrums te vormen met meerdere disciplines binnen één locatie.

Dierfysiotherapie kan gegeven worden bij klachten van het bewegingsapparaat, maar ook ter preventie van klachten. Denk bijvoorbeeld aan je oudere hond. Om de kwaliteit van leven zo optimaal mogelijk te houden net als de oudere mens onder ons, hebben ook deze dieren baat bij fysiotherapie.

Een preventie check-up is tevens goed op alle leeftijden om zo vroeg mogelijk eventuele klachten te kunnen constateren en ze op deze manier snel te kunnen verhelpen.

Indicaties voor dierfysiotherapie bij honden

Hieronder worden enkele indicaties weergegeven waarvoor uw hond bij een dierenfysiotherapeut terecht kan.

  • Rug en/of hals problematieken
  • Artrose en ouderdomsklachten
  • (Acute) letsels aan spieren, pezen, banden en gewrichten
  • Pees, slijmbeurs en gewrichtsontstekingen
  • Gewrichtsafwijkingen, zoals OCD/LPA/LPC en HD
  • Verminderde sportprestaties of algemeen prestatieverlies bv. niet meer willen wandelen
  • Gedragsveranderingen
  • Revalidatie na een operatie
  • Spierziekten
  • Hernia
  • Spondylose (verstijving/ vergroeiing van een of meerdere gewrichten tussen de wervels)
  • Lumbosacrale instabiliteit
  • Neurologische problematieken als verlammingsverschijnselen

Fysiotherapeutisch onderzoek

Het onderzoek van een dierenfysiotherapeut bestaat uit de volgende onderdelen om een zo goed mogelijk beeld van uw dier en zijn of haar klacht te krijgen.

Anamnese

De anamnese bestaat uit een vragengesprek, waarbij de dierenfysiotherapeut de eigenaar enkele vragen zal stellen over de hond. Allereerst wil deze graag wat algemene informatie hebben van de hond, zoals naam, ras, leeftijd, geslacht, hoe lang de hond al in eigendom is van de huidige eigenaar en een stukje huisvesting (mogelijk heeft de eigenaar nog meer honden, een trap en een gladde vloer).
Dit is al een belangrijk stukje om wat meer van de hond en zijn leefomgeving te achterhalen.
Als de hond trap moet lopen kan dit mogelijk te belastend zijn en moeten hier maatregelen voor getroffen worden. Ditzelfde kan gelden voor een te gladde vloer. Wanneer de hond bijvoorbeeld een neurologisch probleem heeft of spierzwakte van de achterhand en daardoor constant wegglijd op een gladde vloer. Een maatregelen hiervoor zou kunnen zijn; vloerkleden of matten neerleggen, voor meer grip.

Vervolgens zal een dierenfysiotherapeut de klacht gaan uitvragen, waarbij vragen gesteld kunnen worden als:

  • Wat is de klacht?
  • Waar zit de klacht?
  • Hoe is de klacht ontstaan?
  • Hoe lang heeft de hond deze klacht al?
  • Wat ziet de eigenaar? Wat zijn de symptomen?
  • Wanneer uit de klacht zich? (bv. ’s ochtends: ochtendstijfheid, mogelijk artrosebeeld of juist na training of uitlaten: overbelasting)
  • Heeft de eigenaar het idee dat de hond pijn heeft en waarom denkt deze dat?
  • Wat is er tot nu toe al gedaan aan de klacht? (mogelijk heeft de eigenaar zelf al iets ondernomen of heeft er al een dierenarts naar laten kijken.)
  • Zijn er factoren die de klacht verergeren of juist verbeteren? (rust of beweging)
  • Hoe vaak en waar wordt het dier uitgelaten? Heeft het uitlaten effect op de klacht? (positief of negatief)
  • Wordt er gesport met de hond?
  • Zijn er nog andere veranderingen waargenomen? (gedrag, eet en drinkgewoonten, plas en ontlastingshouding)
  • Gebruikt de hond ook medicatie?
  • Heeft de hond een voorgeschiedenis? (ziekte, trauma, kreupelheden)

Dit zijn enkele van de vragen die gesteld kunnen worden om de klacht helder te krijgen en zo één of meerdere hypothesen te kunnen vormen, wat uiteindelijk tot een diagnose van de klacht zal leiden.
Meerdere hypothesen dienen in het verdere onderzoek te worden uitgesloten. Wanneer de dierenfysiotherapeut na het gehele onderzoek op één hypothese uitkomt, kan op basis daarvan een behandelplan worden opgesteld.

Inspectie op stand

De inspectie op stand houdt in dat de hond zo vierkant mogelijk dient te staan of zo behoort te staan als deze altijd staat. Uit deze houding kan een dierenfysiotherapeut veel opmaken. Een hond die vierkant staat is in balans.

Een hond die een afwijking op stand laat zien heeft mogelijk een problematiek, waardoor deze gaat compenseren om toch te kunnen functioneren.

  • Denk bijvoorbeeld aan een achterpoot die buiten de massa van het lijf wordt geplaatst, voor meer stabiliteit of balans.
  • Of een hond die in zijn wervelkolom geflecteerd (bol) staat. Flexie (bol) is de houding die veel honden aannemen op stand en in beweging. In deze houding hoeft de wervelkolom het minst mee te bewegen. Doordat honden deze houding aannemen, krijgen ze andere problemen bovenop het oorspronkelijke probleem wat hun in deze houding liet staan. Bij een constante flexiehouding verkorten spieren in de onderlijn (buikspieren en bekkenspieren), wordt het bekken achterover gekanteld en worden de spieren van de bovenlijn (rugspieren) constant op rek gebracht. Hierdoor ontstaan hypertonieën, triggerpoints en peesaandoeningen door overbelasting. Daarbij zetten ze zichzelf op wervelkolomgebied ook vast, waardoor er weer gewricht, band- en kapsel problemen kunnen ontstaan.

Tijdens een inspectie op stand zal de hond van alle vier de zijde bekeken worden, namelijk van voren, van achteren en vanaf beide zijkanten. Hierbij wordt de wervelkolom geïnspecteerd en de plaatsing van de poten.
Soms wordt gevraagd de hond enkele keren te verplaatsen om te zien hoe de hond zich positioneert.

Bij de inspectie op stand wordt tevens gekeken naar de hoeken van het lichaam. Deze hoeken behoren een bepaalde graad te hebben, zoals te zien is op de afbeelding.

Afbeeldingen: Hoeken van de voor en achterhand.

Per ras kunnen deze hoeken enigszins verschillen. Dit heeft te maken met de opfok.
Een herdershond heeft namelijk in zijn achterhand grotere hoeken, dan bijvoorbeeld de pharoahond.
De herdershond vertoont veel flexie in zijn knie en spronggewricht en de Pharaohond is daarentegen weer zeer steil in zijn knie en spronggewricht. Beiden hebben zo zijn voor- en nadelen.

Hoekingen van de achterhand worden ook wel rear angulation genoemd. Rear angulation is de hoek tussen de lange beenderen. Oftewel de afstand tussen achterkant bekken en het onderste gedeelte van de achterpoot.

  • Bij een grote rear angulation van de achterhand kan de hond meer snelheid maken, doordat deze langere passen maakt. Een nadeel is dat deze hond moeite heeft met korte wendingen, minder nauwkeurig kan zitten, langzamer vanuit lig naar stand kan komen. Deze honden vertonen vaak een verminderde coördinatie van de achterhand.
  • Bij een kleinere rear angulation kan de hond beter draaien, doordat deze rechtere poten heeft.
    Een gemiddelde rear angulation is het beste.

Links: kleine rear angulation achterhand. Rechts: grote rear angulation achterhan.

In de voorhand praten we over front angulation. Bij een verminderde front angulation (kleinere hoek) zal er minder ruimte zijn voor de bespiering van de schoudergordel. Hoe rechter de voorpoten, hoe minder musculatuur. Doordat er minder spieren aanwezig zijn, zal er ook minder kracht zijn.

Algemene palpatie

Hierbij voelen we naar temperatuurverschillen en hypertonieën van de spieren bij de hond in rust.

  • Temperatuurverschillen kunnen aangeven dat een hond op die plek een actieve reactie heeft van bepaalde structuren, denkende aan een ontstekingsreactie. De structuren van het lichaam geven hiermee aan waar het mogelijke probleem zou kunnen zitten.
  • Een hypertonie houdt in dat de spieren strak aanvoelen. De spier is niet meer soepel en elastisch. Bij palpatie van deze spieren zal dan mogelijk ook een pijnreactie teweeg gebracht kunnen worden. Dit kan de hond non-verbaal of verbaal aangeven.

Voelt de rug van je hond strak en hard. Drukt deze zijn rug weg als je hem aait of laat hij het al niet eens toe dat je hem aanraakt, dan zou je hond mogelijk wel eens rugklachten kunnen hebben.
Dit zelfde geldt ook voor andere spieren, bijvoorbeeld van de voor of achterhand. Alle spieren in het lijf kunnen hypertoon worden door verschillende oorzaken. Denk bijvoorbeeld aan overbelasting, triggerpoints, blessures, overcompensatie, blokkades van de wervelkolom en/of problemen van andere gewrichten, pezen en banden.

Bewegingsonderzoek

In het bewegingsonderzoek bekijken we de hond van alle 4 de kanten: voor, achter, links en rechts. Eerst in een rechte lijn en vervolgens op een cirkel links en rechtsom. Het doel van een bewegingsonderzoek is bekijken wat het probleem is. Je wilt weten hoe de hond beweegt en kort gezegd waar deze niet beweegt. Bij het bekijken van de hond in beweging bekijken we alle onderdelen van het lichaam. Van wervelkolom tot poten.

  • In de wervelkolom willen we een bepaalde mate van flexie/extensie (bol/hol) zien samen met een lateroflexie (zijwaartse beweging van de wervelkolom) en rotatie.
  • Bij de poten letten we op de protractie (voorwaartse beweging poot), retractie (achterwaartse beweging poot), paslengte, pasduur en afwikkeling van de poot. En dit altijd in vergelijking met de linker en rechterpoot.
    Als eigenaar kun je jezelf enkele vragen stellen om vast te stellen hoe het looppatroon van je hond is: Loopt de hond in telgang? Draaft de hond in telgang? Loopt de hond kreupel? Op welk been valt de hond? Zie je verschillen in paslengte? Zie je deze verschillen in het voorwaarts bewegen van de poot of juist in het achterwaarts bewegen van de poot? Zijn de luchtfiguren* gelijk bij afwisseling van de rechter en linker voorpoten of rechter en linker achterpoten in beweging?

Het bewegingsonderzoek wordt in stap en in draf uitgevoerd. Dit om de verschillen te zien in verschillende tempo’s. Vaak uit een kreupelheid zich sneller in draf, omdat hier de belasting op de poten groter is als in stap.

Op de cirkel kijken we naar de lengtebuiging van het lichaam. Gaat deze evenwijdig met de cirkel of buigt de hond juist verkeerd af. Zie je hierin een verschil met de linker en rechter cirkel, namelijk: loopt de hond rechtsom op de cirkel wel met een goede lengtebuiging naar rechts en op de linker cirkel met een lengtebuiging naar rechts in plaats van naar links, dan geeft de hond hierin al goed aan dat hij blijkbaar niet goed linksom kan buigen.

Wat dat betreft geven honden soms subtiel, maar ook heel duidelijk aan wat ze wel en niet kunnen. Om toch te kunnen functioneren, gaan ze overcompenseren en zich op een andere manier belasten.

Wanneer bovenstaande acties nog geen goed beeld geven van de klacht, kun je binnen het bewegingsonderzoek nog provoceren. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de hond de dingen te laten doen waar de hond de klacht van krijgt. Denk bijvoorbeeld aan sprinten of een sprong maken.
Ook kun je grote cirkels kleiner laten maken. Op een kleinere cirkel kan een hond namelijk minder goed compenseren en zal hij sneller zijn klacht laten zien.

Belangrijk is om dit uit te vragen als dierenfysiotherapeut in de anamnese. Wanneer ziet de eigenaar de klacht? Bijvoorbeeld na een lange wandeling, na het fietsen met de hond, na een strandwandeling, na een sportprestatie. Door deze informatie kun je middelen zoeken om de klacht te provoceren. Want je wilt een zo goed mogelijk beeld krijgen van de klacht om deze juist te kunnen behandelen. En je kunt pas behandelen als je een diagnose kunt stellen.

*Luchtfiguren: Dit is de ruimte tussen bijvoorbeeld de linker en rechter voorpoten in beweging, waarbij de rechter voorpoot op de afbeelding in protractie is en de linker voorpoot in retractie is.
Wanneer de hond in gang beide voorpoten wisselt van positie ga je de luchtfiguren vergelijken. Zijn ze beiden keren even groot? Ditzelfde kan je bij de achterpoten doen.

Herhaling palpatie

Hierbij doen we hetzelfde als bij de ‘algemene palpatie’. Alleen voelen we dan naar verschillen voor en na het bewegingsonderzoek. Na het bewegingsonderzoek kan het zijn dat de voorheen gevoelde warme gebieden uitgebreid zijn. Dit betekent dat door beweging de klacht mogelijk erger wordt. Ook kan het zijn dat spieren juist na belasting hypertoon worden in vergelijking tot een hond in rust.

Functie onderzoek

Hierbij onderzoeken we de aangedane delen. Bijvoorbeeld een kreupele voorpoot en/of de rug. Aangezien een kreupelheid ook vanuit de rug kan komen. We onderzoeken van distaal* naar proximaal**. Dit doen we om bepaalde dingen uit te sluiten.

* Distaal: van het lijf af. Bijvoorbeeld de uiteinden van de poten.
** Proximaal: dicht bij het lijf.

Foto’s: Functie onderzoek van de wervelkolom / Passieve mobilisatie van de wervelkolom per segment.

Behandelingstechnieken

Bewegingstherapie

Bewegingstherapie bevat technieken van mobilisaties. Deze kunnen zowel actief als passief gegeven worden.

  • Actieve bewegingstherapie houdt in dat de hond actief mee beweegt, bijvoorbeeld met oefeningen.
  • En bij het passieve bewegingsonderzoek beweegt de therapeut voor de hond. Bij passieve mobilisatie technieken wordt binnen een gewricht bewogen.

Wervels die een blokkade bevatten kunnen worden los gemobiliseerd, zodat er weer bewegingsvrijheid is binnen dit gewricht. Hierdoor kunnen spieren zich ook weer ontspannen. Spieren zitten aan de wervels vast en wanneer er een blokkade is binnen een wervelregio zal dit ook effect hebben op de spieren in die regio.
Wanneer de spieren hypertoon zijn kan dat weer effect geven op de wervels door trekkrachten vanuit deze spieren.

Alles binnen het lichaam staat in verbinding met elkaar en reactie leidt tot actie. Het lichaam reageert op bepaalde effecten van het lijf, zowel positief als negatief.

Fysiotherapeutische check van de wervelkolom

Foto: Passieve mobilisatie van de wervelkolom per segment

Massage

Massage wordt toegepast ter ontspanning van spieren. Het kan bij hypertone spieren worden toegepast, maar ook bij triggerpoints.
Massage is tevens goed ter ontspanning van het geestelijke deel van de hond. Wanneer een dierenfysiotherapeut een zeer nerveuze en drukke hond binnen krijgt kan deze ter ontspanning eerst massage technieken toepassen om daarna de hond goed te kunnen onderzoeken, zonder dat er te veel spierspanning op het lijf zit. Door een te hoge spierspanning in het lijf kunnen bepaalde bewegingen niet goed tot de eindgrens worden toegepast. Hier kan dan geen goede uitspraak over gedaan worden binnen het onderzoek.

Massage bewerkstelligt het volgende:

  • Verbeterde circulatie
  • Ontspanning van de spieren en de omliggende weefsels
  • Afvoer van afvalstoffen
  • En voor de eigenaar: bewustwording van het hondenlijf, zodat men klachten snel kan spotten

Tevens kan massage goed als warming-up of cooling-down worden gebruikt bij honden in de sport.

Rekken en stretchen

Het rekken en stretchen van spieren en pezen is goed bij verkorting van deze onderdelen. Wanneer een spier verkort is kan dit nooit anders worden opgelost dan door middel van stretchen.

Advies, voorlichting en oefeningen

Tevens kan een dierenfysiotherapeut advies en voorlichting geven over het gebruik van uw hond, de eventuele klachten, oorzaken, preventie van klachten en de behandeling van uw hond zijn klachten.
Ook geven we oefeningen mee aan hondeneigenaren, zodat deze er thuis zelf mee aan de slag kunnen voor een volledige genezing van de hond.

Overige behandeltechnieken

Hieronder enkele van de andere mogelijkheden tot behandeling van uw hond, die fysiotherapeutisch kunnen worden toegepast.

Fysiotechniek

Behandelmethoden die hieronder vallen zijn:

  • MagneetveldtherapieMagneetveldtherapie (foto: magneetveld-therapie middels dekenvorm)
  • Lasertherapie
  • Ultrageluid
  • TENS

Allen zijn methoden die ook in de humane fysiotherapie worden toegepast. Deze methoden zijn pijnstillend of helpen het lichaam te genezen bij slecht herstel. Het zijn methoden die zowel bij acute als chronische aandoeningen kunnen worden toegepast. Denkende aan: slecht helende wonden, ontstekingen, zenuwletsels, artrose, blessures etc.

Dry needling

Dry needlingDry needling (zie foto) is een snelle en effectieve behandelmethode bij pijnklachten in het houdings- en bewegingsapparaat. Met dry needling worden myofasciale triggerpoints oftewel spierknopen aangeprikt door middel van een dunne naald, waarbij een reflex van de spier wordt opgewekt, genaamd een twitch.
Het is dan ook een gespecialiseerde behandelmethode toegepast door daartoe opgeleide dierenfysiotherapeuten, osteopaten en dierenartsen.

Manipulaties

Het manipuleren van wervelblokkades is een goede manier om bewegingsbeperkingen van de wervelkolom snel op te lossen. In de volksmond wordt het ook wel ‘kraken’ genoemd, omdat er soms bij het manipuleren een knappend geluid vrij kan komen.

De positieve effecten van een manipulatie kunnen zijn:

  • Afname van pijnklachten
  • Toename bewegingsvrijheid van een gewricht
  • Ontspanning van de spieren
  • Toename van de circulatie
  • Verbeterde werking van het zenuwstelsel

Effecten van een dierfysiotherapie behandeling

De effecten van een fysiotherapeutische behandeling is per hond weer verschillend. Het voordeel is dat de hond meer bewegingsvrijheid zal ondervinden. En dat de hond geholpen wordt in zijn of haar klachten.
Een hond die kreupel loopt heeft klachten en mogelijk pijn. Heeft deze nog geen pijn, dan zal deze dat uiteindelijk wel krijgen door overcompensatie van het lijf. Ook zal je mogelijk als eigenaar zien dat de hond qua gedrag positief veranderd. Een hond die weer goed kan functioneren, zal energieker worden en dit dan ook uitstralen.

Erkend beroep:

Dierfysiotherapie is een erkend beroep. Dierfysiotherapie is een vervolgopleiding, die gevolgd kan worden na de opleiding Fysiotherapie. Het volgen van een vier jarige HBO studie voor humane fysiotherapie is verplicht voordat men de opleiding ‘Dierfysiotherapie’ mag volgen.

De titel ‘dierenfysiotherapeut’ is wettelijk beschermd. Dit houdt in dat alleen fysiotherapeuten, die zich gespecialiseerd hebben in dierfysiotherapie deze titel mogen voeren.

Dit neemt niet weg, dat er binnen dit vakgebied ook mensen zijn die deze titel voeren zonder afgestudeerd te zijn voor Dierfysiotherapie. Belangrijk voor u als klant is te weten welke vooropleidingen uw behandelaar heeft gedaan, of deze bij de NVFD (website van Nederlandse vereniging voor fysiotherapie bij dieren) staat ingeschreven en of deze nog regelmatig cursussen of opleidingen volgt om zijn of haar kwaliteit op orde te houden binnen de dierfysiotherapie.

De aangesloten leden bij de NVFD zijn door opleidingen en verplichte bijscholingen deskundig en verlenen zowel curatieve zorg (gericht op genezing), preventieve zorg (gericht op het voorkomen van klachten), als palliatieve zorg (gericht op verlichting of verzachting van pijn met name bij de oudere dieren).

Een dierenfysiotherapeut werkt nauw samen met de dierenarts op basis van een verwijzing.
Binnen de paardensport zien we dat paardeneigenaren al snel zonder verwijzing een dierenfysiotherapeut benaderen. Bij de hondeneigenaren lijkt het begrip ‘dierfysiotherapie’ nog wat onbekender. Schroom niet en laat u eens informeren. U en uw hond zullen er profijt van hebben.

Vergoeding verzekeraar

Dierfysiotherapie wordt door sommige verzekeraars vergoed. Mocht je verzekerd zijn, dan is het raadzaam je polis na te kijken. Mocht er dan een factuur of patiëntverslag nodig zijn, kun je dit aangeven bij je dierenfysiotherapeut, zodat zij dit voor je kunnen opstellen. Deze gegevens kun je dan vermelden of opsturen naar je verzekeraar voor een eventuele vergoeding.

Waar vind ik een dierfysiotherapeut?

Kijk op de website van NVFD voor een dierenfysiotherapeut bij jou in de buurt

In de media

Video over dierfysiotherapie in het algemeen van de NVFD: Nederlandse vereniging voor fysiotherapie bij dieren.

Gerelateerde links op Doggo.nl

Monique HoitingTot slot

Dit artikel is geschreven door Monique Hoiting, dierenfysiotherapeut voor paard en hond vanuit de provincie Groningen.

Reacties

Kijk voor meer interessante artikelen op Doggo.nl © Copyright Doggo.nl